ga naar de navigatie ga naar de inhoud

Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.

Magazine voor het Vlaamse overheidspersoneel
 

Dertien nr. 33

Beste vrienden, beste collega’s

“Ik zou hier niet kunnen blijven als het was om De Lijn te ontmantelen”

door Frank Willemse en Leen De Dycker

Roger en Riet

Roger Kesteloot (53) 

Riet Van Hoye (53) 

  • Directeur-generaal bij De Lijn
  • De Lijn is het Vlaamse openbaar vervoerbedrijf dat dicht bij haar reizigers wil staan en voor kwalitatieve vervoersoplossingen wil zorgen. Er werken meer dan 8000 collega’s bij De Lijn
  • Socioloog
  • Geboren in Kortrijk
  • Werkt in Mechelen
  • Woont in Antwerpen
  • Bij De Lijn sinds 1998
  • Woont samen, geen kinderen
  • Zegt over zichzelf: “Er is een verschil tussen hard werken, lang werken en efficiënt werken. Ik werk graag efficiënt”
  • Inspecteur bij de Zorginspectie
  • De Zorginspectie (90-tal collega’s) is sinds 2006 het agentschap dat de inspectiediensten verenigt van Kind en Gezin, van het VAPH, van de vroegere administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn en de vroegere administratie Gezondheidszorg
  • Socioloog
  • Geboren in Sint-Niklaas
  • Werkt thuis en ‘op de baan’
  • Woont in Antwerpen
  • Ambtenaar sinds 1985
  • Getrouwd met Peter, mama van Joost en Ruth
  • Zegt over zichzelf: “Count your blessings*. Ik heb vrije tijd. Ik doe mijn werk graag. Ik kan op reis gaan. Ik heb mijn kinderen kunnen laten studeren en ben gelukkig getrouwd. Wat wil een mens nog meer?”
    * (Tel je zegingen, koester je geluk, red.)

“Ik ben niet een van die managers die voor eender welke administratie of om het even welk bedrijf kan werken”, zegt Roger Kesteloot, directeurgeneraal van De Lijn. Hij volgde twee jaar geleden huidig minister Ingrid Lieten op aan het hoofd van de Vlaamse vervoermaatschappij. Niet alleen omdat het kon, maar ook omdat hij gelooft in de uitbouw van het openbaar vervoer. Ook voor zijn beste vriend, beste collega Riet Van Hoye van de Zorginspectie moet werken zinvol zijn. “We zijn van de late generatie mei ’68’ers. Enig engagement blijft ons niet vreemd”, klinkt het.

Begin jaren tachtig studeerden Roger Kesteloot en Riet Van Hoye samen af als sociologen met academische ambities. Twee gelijkgestemden, klaar voor de wereld. Dertig jaar later zijn ze nog steeds - ook via Riets echtgenoot Peter - bevriend, lopen hun levenshoudingen nog steeds gelijk, wonen ze allebei in Antwerpen en werken ze ook nog eens voor dezelfde grote organisatie: de Vlaamse overheid. Alleen hun carrièrepad verschilt danig.

ROGER: “Ik wilde een academische carrière. Professor worden ja, maar vooral de onderzoekskant trok me aan. Het ging me als assistent echter allemaal niet snel genoeg aan de universiteit. Eerder toevallig - Peter, de man van Riet, had me op een vacature gewezen - ben ik dan de journalistiek ingerold. Eerst even bij Trends. Daarna bij De Morgen. Dat lag me beter. Ideologisch ja, maar vooral ook omdat het een krant was en geen magazine. Eerst zat ik op de Antwerpse redactie, daarna heb ik vooral Wetstraat gedaan om er uiteindelijk te eindigen als adjunct-hoofdredacteur.”
RIET: “Ik heb nooit de ambitie gehad professor te worden. Ik was ook niet zo’n goede student als Roger (lacht). Maar ik kreeg de kans om assistent te worden en ik dacht: ‘Waarom niet? Dan leer ik gewoon nog door terwijl ik al aan het werk ben.’ En het was bij professor Herman Deleeck: zijn instituut is nu nog altijd erg gerenommeerd. Allemaal heel boeiend, maar mijn job begon me na een tijd tegen te steken. Het was te veel monnikenwerk, te veel alleen in een bureautje zitten turven.”

Sociologen tonen zich vaak erg geëngageerd en het cliché wil dat het wereldverbeteraars op geitenwollensokken zijn. Was u een van hen?
ROGER
: “Riet meer dan ik.”
RIET: “(lacht) Dat zou wel kunnen kloppen. Mijn toenmalig lief - en huidige echtgenoot - was net als ik actief in basisbewegingen: Wereldscholen, Oxfam …, dat soort organisaties. Het waren de naweeën van mei ’68 en de dynamiek van toen trok ons aan. Of ik zelf geitenwollensokken droeg? Dat herinner ik me niet. Of dat wil ik me niet herinneren (lacht).”

Zocht u een verlengde van dat engagement bij de Vlaamse overheid, toen u er in 1985 aan de slag ging?
RIET
: “Het was crisis - erger dan nu - en ik ging weg bij de universiteit, maar moest wel een andere job vinden. Dus nam ik deel aan een examen bij de toenmalige Vlaamse overheid. Ik wilde iets met welzijn en armoede doen, en dat kon daar. In het begin had ik wel mijn bedenkingen. Het was allemaal niet zo lang na De collega’s op tv en de vooroordelen over de ambtenarij bleken voor een deel ook waar. Als bestuurssecretaris had ik bijvoorbeeld recht op ruitjespapier en een bureaustoel met armleuningen. Toen ze me dat vertelden, dacht ik dat het een grap was. Niet dus. Pas op, het is wel 25 jaar geleden en al snel zat er in die Vlaamse overheid een dynamiek die me wel beviel.”

 

 Roger  Roger  Roger

Roger Kesteloot: “Wat rekenen die topmanagers er altijd bij om aan 80 uur per week te komen? Ik geraak niet hoger dan 55 uur”

Hoe werd er indertijd bij De Morgen over de Vlaamse overheid bericht?
ROGER
: “Amper. De Vlaamse overheid woog toen veel minder dan nu. Langzaamaan zag je die Vlaamse overheid wel groeien en gingen we er dus ook meer over berichten. Intussen zijn er veel bevoegdheden bijgekomen en ligt het politieke gewicht veel hoger.”

Las u Rogers stukken?
RIET
: “Ik denk van wel. Het is heel lang geleden, weet je. Maar ik heb altijd wel gevonden dat hij een goeie pen had.”
ROGER: “We zagen elkaar toen nog maar weinig.”
RIET: “Vlak nadat we afstudeerden en toen we als assistenten op de unief werkten, vormden we een groep die dicht bij elkaar in de buurt woonde en om beurten kookte voor elkaar.”

Een culinaire commune?
RIET
: “Niet echt. Het was gewoon gemakkelijk om niet elke dag zelf te moeten koken. Maar toen kreeg Roger een krant en wij kinderen. Samen eten, daar kwam niet veel meer van terecht. Jammer, want Roger kon echt wel goed koken.”
ROGER: “Nu nog beter dan toen.”
RIET: “Da’s waar (lacht).”

Waarom die overstap van media naar overheid, Roger?
ROGER
: “Ik was na De Morgen bij de Antwerpse regionale zender ATV terechtgekomen, maar na vijf jaar werd het routineus. Ik heb toen gesolliciteerd bij De Lijn, in eerste instantie voor een job als woordvoerder, maar daar werd ik niet voor gekozen. Een paar dagen later kreeg ik echter telefoon of ik niet op Europese dossiers wilde werken als lobbyist.”De Lijn is een mooie organisatie: overheid en toch ook een bedrijf. Die combinatie ligt me heel goed Roger Kesteloot

U klom snel op de ladder en werd directeur. En plots werd u directeur-generaal, toen uw voorganger Ingrid Lieten naar de politiek overstapte. Waarom u en niet iemand anders?
ROGER
: “Van de ene dag op de andere is Ingrid vertrokken. De organisatie was daar niet op voorbereid. Er moesten snel maatregelen worden genomen en verantwoordelijken worden aangeduid, alleen al om namens De Lijn handtekeningen te kunnen zetten. Die overgang hebben de meest ervaren collega’s op zich genomen. Na die eerste periode werd een waarnemend directeur-generaal gezocht. Ik was een van de interne kandidaten. Ik heb afgetoetst welke kans ik maakte en dat bleek een goeie te zijn. Eens waarnemend, heb ik ook besloten voor de vaste functie te gaan. Ik zou dat niet zomaar in eender welke administratie of bedrijf hebben gedaan. De Lijn vind ik een mooie organisatie: overheid en toch ook bedrijf. Die combinatie ligt me gewoon heel goed.”

Speelt de politieke kleur mee om een functie als de uwe te kunnen bekleden?
ROGER
: “Ik ga niet zeggen dat bij de aanwijzing van een leidend ambtenaar de voogdijminister niet in overweging neemt of hij of zij er goed mee zal kunnen samenwerken. Dat is niet onlogisch. Ik zou zelf ook niet kunnen werken voor een minister die een totaal andere visie heeft. Stel nu dat het beleid zou staan voor een afbraakpolitiek van het openbaar vervoer, dan zou het zonder mij zijn. Maar dat heeft weinig met een politieke kleur of partijaanhorigheid te maken. Dat heeft dan te maken met een maatschappijvisie waar je je wel of niet achter kunt scharen.”
RIET: “Op mijn niveau speelt de kleur zeker niet.”

Hebt u nooit ambities gehad om te groeien in de organisatie?
RIET
: “Eigenlijk niet. Toen ik inspecteur kon worden, voelde ik me meteen in mijn sas. Het is iets wat ik kan en wat mij ligt. Er zijn kansen geweest om hogerop te raken, maar ik doe mijn job gewoon te graag en ik denk dat ik zo nog het meeste verschil kan maken. Ik hoef er echt niet hoger voor op de ladder te klimmen.”

 Riet  Riet  Riet

Riet Van Hoye: “Ik doe mijn job graag en denk dat ik zo nog het meeste verschil maak. Ik hoef er niet hoger voor op de ladder te klimmen”

U bent een polyvalente inspecteur in de zorgsector, van rusthuizen tot jeugdinstellingen. Komt u daar vaak schrijnende toestanden tegen?
RIET
: “De media vergroten slecht nieuws graag uit, maar nee dus. Perfectie zien we zelden, maar er is wel orde op zaken gesteld in de sector. Er is ook veel zelfcontrole, waarbij men kijkt of men het even goed doet als anderen. Soms zien we dingen die niet kunnen, maar daar wordt dan aan gewerkt. En lukt het een instelling of organisatie niet om zich te verbeteren, dan gaan de boeken toe. Dat gebeurt niet elke dag, maar het gebeurt wel.”

Ook De Lijn komt vaak negatief in het nieuws. Ligt dat aan de media of aan De Lijn?
ROGER
: “We zijn - na de VRT - het meest zichtbare overheidsbedrijf van allemaal. Er moet niet veel gebeuren, of we staan in de krant. Soms positief, als bijvoorbeeld een buschauffeur met zijn groot blusapparaat een autobrandje heeft geblust. Maar vaak negatief, dat klopt. Daarom proberen we ook zo alert en zo open mogelijk te communiceren. We moeten veel anticiperen om niet in het defensief te worden gedrukt. Dat is nodig, zeker sinds de media nog wel aan ‘hoor’ maar niet meer aan ‘wederhoor’ doen. Ze brengen eerst in het groot en breed de klacht in de krant en vragen ons pas de dag erna om een reactie. Of vinden dat je zelf maar moet reageren. Dat gebeurt steeds vaker.”

Nemen jullie zelf vaak tram en bus?
ROGER
: “De bus minder, de tram heel vaak. Gewoon omdat die vlak bij mijn deur stopt en mijn toegang tot de stad is.”
RIET: “Ik rij niet graag met de auto en met de fiets raak ik niet overal. Ja dus. Ik ben er niet ontevreden over, maar het zou veel beter kunnen.”
ROGER: “Ik ben ervan overtuigd dat als Vlaanderen haar doelstellingen op het vlak van klimaatbeleid en de bereikbaarheid van de steden wil halen, we nog verder moeten investeren in het openbaar vervoer. We hebben het in 2010 met 50 miljoen minder moeten doen en in 2011 nog eens met 20 miljoen minder. Maar zoals het beleid nu is uitgetekend, zitten we zeker niet in een afbouwscenario. Integendeel. We zullen het anders moeten invullen dan de voorbije tien jaar, maar ik zou hier niet blijven als het was om De Lijn te ontmantelen. Dat zou ik niet zien zitten.”Of ik zelf geitenwollensokken droeg? Dat herinner ik me niet. Of dat wil ik me niet herinneren Riet Van Hoye

Moet u hard werken?
ROGER
: “Ja, maar ik vraag me af wat die topmanagers er altijd bijrekenen om aan 80 uur per week te komen. Ik kom meestal niet hoger dan zo’n 55 uur.”
RIET: “Wij werken van thuis uit en voor een groot deel zelfstandig. De scheiding tussen werk en privé vervaagt daarbij zodat ik moeilijk kan zeggen of ik hard werk of niet. Het loopt allemaal wat door elkaar en het werk is af. Daar gaat het toch om.”

Verdient u voldoende?
ROGER
: “Ik heb mijn loonbrief hier niet bij me, maar ik dacht dat het iets boven de 5500 euro ligt. Geld is zeker niet de grootste motivatie om deze job te doen. In vergelijking met de privé of de managers bij de federale overheid is het sowieso weinig. Maar wat mij betreft is het meer dan behoorlijk.”
RIET: “Ik werk nu zes maanden halftijds en heb 1600 euro plus nog een uitkering van de RVA zodat ik op 1800 euro uitkom. Ik vind dat echt genoeg.”

Hebt u uw gezin altijd gemakkelijk met uw werk kunnen combineren?
RIET
: “Mijn man en ik hebben daar altijd goeie afspraken over gemaakt en het is nooit een probleem geweest.”
ROGER: “Bij ons evenmin, maar we hebben dan ook geen kinderen.”

U bent allebei vijftigers. Begint u al na te denken over uw pensioen?
RIET
: “Je denkt daar natuurlijk wel eens aan. Niet het minst omdat de vorige generatie inspecteurs - willen of niet - op hun 55ste met pensioen werd gestuurd. Maar als arbeidssocioloog weet ik ook hoe belangrijk ‘werk’ wel is. Als ik niet zou groeien in mijn job en me er als mens niet meer goed in zou voelen, zou ik daar wel aan denken. Nu niet.”
ROGER: “Het zou nogal triest zijn als ik na nog geen twee jaar op deze stoel al aan mijn pensioen zou denken.”

Da’s waar. Bedankt.

 

Pagina afdrukkenTip een collega over deze pagina
Gepubliceerd op 25 augustus 2011. Laatst gewijzigd op 29 augustus 2011

Discussie

Geen reacties tot nu toe.

(Alle reacties zullen met de naam van de afzender gepubliceerd worden)

:


: