ga naar de navigatie ga naar de inhoud

Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.

Magazine voor het Vlaamse overheidspersoneel
 

13 nr 50

13 COLLEGA’S UIT 50 EDITIES VAN 13

Hoe zou het nog zijn met?

De afgelopen acht jaar hebben honderden collega’s van de Vlaamse overheid in dit blad hun project voorgesteld, hun mening gegeven, een collega bedankt. In dit vijftigste nummer laten we graag nog een keer 13 van die smaakmakers aan het woord, over wat er intussen is gebeurd en wat er nog zit aan te komen.

door Barbara Sauer en Petra Goovaerts 

  • Steven en Gwendolyne, onze échte ambtenarenfamilie
  • Els, kersverse mama die klant was bij Kind en Gezin
  • Guido, de conciërge van het KMSKA
  • Ingrid, onze ex-emancipatieambtenaar en wereldreiziger
  • Tijl, onze nieuwkomer die er nog steeds is
  • Natalie, ons jonge afdelingshoofd
  • Seppe, onze hipste ambtenaar die graag een opvolger wil
  • Marc, onze topambtenaar die met volle teugen van zijn pensioen geniet
  • Urbain, onze warmste collega
  • Anneke, onze woordvoerder
  • Patrick, onze student die intussen zijn diploma haalde
  • Jo van het Renaat Braemhuis en Poes
  • Pascale, de collega die naar de Vlaamse overheid overstapte na de vijfde staatshervorming

 

Hoe zou het nog zijn met …  

… ONZE ÉCHTE AMBTENARENFAMILIE

Gwendolyne en Steven

Van links naar rechts: Steven Vanderghinste (Agentschap Wegen en Verkeer), Wouter Vanderghinste (Agentschap Wegen en Verkeer), Kathy Lapiere (Departement Landbouw en Visserij), Gwendolyne Vanderghinste (Departement DAR), Hein Lapiere (Agentschap Wegen en Verkeer), Roger Lapiere (ex-Agentschap Wegen en Verkeer) en Wim Lapiere (Agentschap Wegen en Verkeer) © Lieven Van Assche

Steven (24) en Gwendolyne (26) Vanderghinste

 • Steven werkt sinds 2011 als wegenarbeider bij het Agentschap Wegen en Verkeer in Kortrijk. Zijn zus Gwendolyne is al zes jaar escalatiebeheerder bij de Vlaamse Infolijn in Brussel.

• Gwendolyne stond als jongste van de ambtenarenfamilie Lapiere-Vanderghinste samen met haar grootvader, ouders en twee ooms in 13 van september 2008.

• Zei toen: “Mama en papa hebben me zeker warm gemaakt voor de job. Maar de opmerking dat ik in het voordeel ben omdat hier nog familieleden werken, irriteert me soms.”

• Steven stond in 13 van maart 2010.

• Hij werkte toen nog bij het team Evenementen van het Departement DAR en zei toen: “Ik ben niet vaak thuis, maar ik hou van de afwisseling.”

De familie Vanderghinste heeft een ambtenarengen. De ene na de andere gaat bij de Vlaamse overheid werken. Zo was het al in 2008 toen ze voor het eerst in 13 stonden en zo is het nu nog. Toen interviewden we Gwendolyne als jongste telg van een ambtenaren-geslacht. Nu is haar broer Steven de benjamin.

Drie jaar geleden maakte u de overstap van Brussel naar Kortrijk. Hoe is u dat bevallen?

STEVEN: “Toen duidelijk werd dat het team Evenementen, waar ik deel van uitmaakte, zou opgedoekt worden, ben ik op zoek gegaan naar een job in mijn woonplaats Kortrijk. Ik kon op vijf minuten van mijn deur starten als wegenarbeider bij Wegen en Verkeer. De overstap was een serieuze aanpassing en ik heb daar lang spijt van gehad. Bij het team Evenementen hielp ik beursstanden op- en afbouwen en beheerde ik het magazijn. Ik deed dat heel graag en ik werkte graag in Brussel. Maar ik heb me nu aangepast en zie ook wel de voordelen. Ik ben vastbenoemd en kan er veel zijn voor ons dochtertje van negen maanden. Ik werk ook graag buiten, en de winterdienst (wanneer er gestrooid wordt, red.) is een intensieve, maar heel plezante periode. Ik hoop dat ik vrij snel kan overstappen van niveau D naar C. Dat zou de verhuizing naar Kortrijk goedmaken.”

Waarom was de overstap naar een buitendienst zo moeilijk?

STEVEN: “De sfeer is anders. Collega’s gaan meer familiair met elkaar om. Dat moet je liggen. Een voordeel is wel dat iedereen heel open is en dat je altijd je mening kunt zeggen.”

GWENDOLYNE: “In een centrale dienst is de afstand tussen de collega’s groter. Dat maakt het werk makkelijker, want je staat geen stuk van je privéleven af. Maar Steven vindt zijn draai wel goed op een buitendienst, vind ik.”

Gwendolyne, hoe loopt het bij de Vlaamse Infolijn?

GWENDOLYNE: “Na zes jaar nog steeds prima. Ik beantwoord vragen van burgers die niet meteen behandeld kunnen worden door de medewerkers van ons callcenter. Ook de klachten van burgers over onze werking komen bij mij terecht. Heel leerrijk en concreet: er is een probleem, en ik probeer het op te lossen. Burgers zijn wel opvallend mondiger geworden tegenover zes jaar geleden. Ze weten waar ze recht op hebben, kennen beter de weg en staan ook veel meer op hun strepen. Er wordt al snel gedreigd met een klacht. Maar we krijgen ook veel bedankjes hoor (lacht).”

*****

 

 Hoe zou het nog zijn met ...  

… ONZE COLLEGA DIE KLANT IS VAN KIND EN GEZIN

Els Yperman

Mirte, Sep en Rune (v.l.n.r.) ravotten met mama Els Yperman © Lieven Van Assche

Els Yperman (34)

• Is programmabeheerder van projecten voor ontwikkelingssamenwerking in Zuid-Afrika bij het Departement internationaal Vlaanderen.

• Stond in 13 van maart 2011.

• Was toen in zwangerschapsverlof na de geboorte van haar tweeling Mirte en Sep. Els vertelde als jonge mama over de contacten met Kind en Gezin en met regioverpleegkundige Alice Van Daele.

• Zei toen: “Kind en Gezin past zich aan elk kind aan. Dat vind ik heel positief.”

Hoe verlopen de contacten met Kind en Gezin voor jullie derde kindje Rune?

ELS: “Mirte en Sep moesten een tijdje in de couveuse blijven. Intussen zijn ze vier en is er sinds tweeëneenhalf jaar een broertje bij: Rune. Hij was niet prematuur en liep dus het gewone parcours. Daardoor beseffen we hoe regioverpleegkundige Alice en haar collega’s destijds bij Mirte en Sep extra hun best hebben gedaan om ons alles goed uit te leggen en gerust te stellen. Bij Rune maakten we ons minder zorgen van bij het begin. We gaan nu rustiger om met de adviezen van Kind en Gezin en laten ons er minder door leiden. Soms komen we Alice nog tegen tijdens een controle in het consultatiebureau van Kind en Gezin. Het feit dat we samen in 13 hebben gestaan, heeft zeker een band geschept.”

U werkt vier vijfde, net als uw man. Maakt dat de combinatie werk en gezin haalbaar?

ELS: “Het blijft natuurlijk druk, maar ouderschapsverlof geeft ons wel de kans om allebei nog een boeiende job te hebben, zonder continue stress en geregel. Het feit dat we allebei kunnen genieten van wat flexibiliteit en tevreden zijn over onze job, zorgt voor een goed evenwicht.”

*****


Hoe zou het nog zijn met ... 

… ONZE KMSKA CONCIÈRGE

Guido Vermeir

© Wenke Mast

Guido Vermeire (62)

• Conciërge in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA), dat sinds 2011 helemaal verbouwd wordt.

• Stond in 13 van maart 2010.

• Woonde toen op de benedenverdieping van het museum.

• Zei toen: “Met oudjaar zit ik altijd op het dak. Sinds een vuurwerkpijl daar brand veroorzaakte, ben ik er niet meer gerust in.”  

“In het museum blijven wonen was geen optie. Het is er te stoffig geworden door de verbouwingswerken en daarom ben ik verhuisd naar een woning recht tegenover het KMSKA. Mijn vroegere woonkamer is nu omgedoopt tot het bureau van de aannemer. Gelukkig zitten de schilderijen goed beveiligd in een depot midden in het museum."

"We hebben de pech gehad dat er meer asbest is gevonden dan verwacht, waardoor de afbraak van het museum drie maanden vertraging heeft opgelopen. In 2017 beginnen ze hier aan de inrichting en het ophangen van de schilderijen en in 2018 is de officiële opening gepland. Die zal ik als conciërge wellicht niet meer meemaken, want eind 2017 ga ik waarschijnlijk met pensioen. Tot dan zal ik dus toezicht houden op een werf. Dat deed ik liever in een mooie zaal met buitengewone schilderijen (lacht).”

*****

 


Hoe zou het nog zijn met ...

ONZE EX-EMANCIPATIEAMBTENAAR

Ingrid Pelssers

Ingrid Pelssers (41)

 • Was acht jaar Emancipatieambtenaar, nam loopbaanonderbreking en begon op 1 oktober 2013 samen met haar echtgenote aan een leersabbat van 15 maanden in het buitenland.

• Stond voor het laatst in 13 van januari 2014.

• Zei toen: “Ik trek 15 maanden de wereld rond en zal vrijwilligerswerk doen in Europa en Zuidoost-Azië.”

• Heeft sindsdien vrijwilligerswerk gedaan in Brussel, woonde in Londen, maakte een trip door Noord-Europa en vliegt in oktober voor drie maanden naar Zuidoost-Azië.

 "Na mijn afscheid heb ik de knop vrij vlug kunnen omdraaien. Maar ik blijf de Vlaamse overheid en mijn vroegere werk wel nog volgen. Zo las ik dat het streefcijfer voor allochtone medewerkers wordt opgetrokken en dat de voorwaarden versoepeld worden. Maar ik onthoud me van alle commentaar. Je moet niet als een schoonmoeder boven de schouders van je opvolger hangen. Ik zou daar zelf een hekel aan hebben. In september was ik twee weken in België en heb ik mijn opvolgster Alona Lyubayeva ontmoet.”

“Ik ben zo blij met mijn keuze voor een ‘leersabbat’. Ik wilde een nieuwe job, maar ik had geen idee welke. Dus ben ik eropuit getrokken, om de wereld en mezelf te verkennen. Mijn blik is ruimer geworden. En ik heb België en Vlaanderen meer leren koesteren. Wat ik ga doen bij mijn terugkeer? Er is nog niets beslist. Misschien wil ik werken rond migratie en integratie, een van mijn passies. Ik voel me het meest aangesproken door de Vlaamse overheid, maar ik zie ook elders interessante projecten.”

*****

 


Hoe zou het nog zijn met ...

… ONZE OPVOEDER

 

Tijl Reusen (26)

Tijl• Sinds 1 juni 2010 aan de slag bij het Agentschap Jongerenwelzijn. Werkt nu vier jaar als opvoeder in De Hutten, de gesloten gemeenschapsinstelling in Mol.

• Stond twee keer in 13 als nieuwkomer, de laatste keer in september 2011.

• Zei toen: “Voorlopig baart de toekomst mij weinig zorgen.”

“Ik leer onze jongeren steeds beter te begrijpen. Intussen heb ik een aantal opleidingen in gesprekstechnieken gevolgd. Zo kan ik nog beter communiceren met de jongeren, als één van hen boos wordt bijvoorbeeld, of als een situatie uit de hand loopt. Ik praat met hen, stel vragen, luister, ik toon begrip,… ik kruip in hun hoofd en daar gaat veel tijd naar toe.  Niet altijd makkelijk, maar wel heel boeiend. Waar ik de meeste voldoening uit haal is het ‘ervaringsleren’. We sturen de jongeren op pad met een stafkaart of ze moeten de trein nemen en overstappen maken. Als alles vlekkeloos verloopt, staan ze van zichzelf te kijken. Ik doe mijn job ontzettend graag, maar of ik deze baan levenslang zal uitoefenen, daar ben ik niet mee bezig.” 

*****

Hoe zou het nog zijn met ...

… ONZE ERFGOEDBEWONER

Jo Braeken (57)  

Jo Braeken• Werkt voor het agentschap Onroerend Erfgoed en woonde tien jaar lang in het Renaat Braem Huis in Deurne, samen met zijn partner en zijn kater genaamd ‘Poes’.

• Stond in 13 van mei 2007.

• Zei toen: “Vrouwen reageren verrukt als ze Poes zien.”

• De eerste acht jaar gidste hij cultuurliefhebbers rond in zijn huis, daarna nam de organisatie Antwerpen Averechts die taak over.

• In oktober 2013 verliet hij het huis van de gelijknamige architect en verhuisde weer naar een appartement.

“Tien jaar de stoelen telkens weer zo plaatsen dat ze volledig tot hun recht komen in het interieur, vraagt op de duur veel energie. Je wilt leven en de bezoekers niet als de maat van de dingen nemen. Maar dat kan simpelweg niet in een museum. Ook de grens tussen privé en werk is flinterdun en vaak had ik maar één weekend per maand vrij. Het was tijd voor iets nieuws. In oktober vorig jaar hebben we een appartement uit de jaren dertig gevonden in Antwerpen-Centrum, op een steenworp van het stadspark, een tuin die ik niet eens zelf meer hoef te onderhouden (lacht).”

“Onze kat haalde in het Braem Huis allerlei toeren uit om toch maar op wandel te kunnen. Ik was daar niet zo gerust in. Gelukkig bleef hij na een tijdje gewoon rondhangen in de tuin. Die tien jaar waren in ieder geval een prachtkans die je maar één keer in je leven krijgt. Daar ben ik dankbaar voor.”

*****

 


Hoe zou het nog zijn met ...

… ONZE EX FEDERALE COLLEGA

Pascale Verbeeck (49)

Pascale Verbeeck• Maakte in november 2010 de overstap van de FOD Financiën naar de Vlaamse Belastingdienst. Eerst als coördinator in Antwerpen - afdeling Dossierbehandeling.

• Sinds september aan de slag als Controleur op de baan dienst Externe Controle.

• Stond in 13 van januari 2011.

• Zei toen: “Iedereen bij de Vlaamse Belastingdienst verdient een pluim. Het is niet evident om van job te veranderen.”

PASCALE: “Hoe ik nu werk, is in geen honderd jaar te vergelijken met mijn achttien jaren bij de federale overheid. Het lijken wel twee verschillende werelden! Pas op het Vlaamse niveau heb ik de mogelijkheid gekregen om mij te ontplooien. Ik kreeg enkele maanden na de oprichting van de dienst Vlaamse Verkeersbelasting de vraag of ik teamcoördinator wilde worden. Ik was erg verrast. Een leidinggevende functie, daarvan had ik bij de federale overheid nooit durven te dromen. Ik accepteerde het aanbod en had zelfs mensen met een hoger niveau onder mijn hoede, terwijl ik zelf een C ben.”

Werd u beter betaald in die nieuwe functie?

PASCALE: “Nee, alleen mijn functieinhoud is veranderd, niet het loon. Ik heb daar nooit een punt van gemaakt. Ik vond mijn nieuwe functie op zich al een avontuur: ik ging voor het eerst naar vergaderingen, terwijl besprekingen bij de federale overheid nooit bedoeld waren voor mensen van mijn niveau. Ik merkte dat je mening zeggen oké is, en ik heb veel bijgeleerd, ook over mezelf en het omgaan met mensen.”

En toch veranderde u op 1 september intern van job. Waarom?

PASCALE: “Ik ben een perfectionist en kan moeilijk loslaten. Ik nam de problemen van de werkvloer mee naar huis. Daarom heb ik een andere job gevraagd en gekregen. Ik ben nu controleur op de baan geworden: met een team checken we bijvoorbeeld of bestuurders hun verkeersbelastingen hebben betaald en we inspecteren de handelaarsplaat bij garages. Het is een totaal andere job met een concrete invulling.”

*****

 

 

Hoe zou het zijn met ...

… ONZE STUDENT

Patrick

© Lieven Van Assche

Patrick Vanspauwen (49)

  • Werkt bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) als coördinator van de lokale overlegplatforms (LOP’s) voor gelijke onderwijskansen.

• Stond in 13 van september 2013.

• Begon toen aan zijn derde jaar Overheidsmanagement en -beleid (KU Leuven). Behaalde in juni zijn masterdiploma met onderscheiding.

• Zei toen: “Ik maak me wijs dat het mijn hobby is.”

“Het was zeker niet gemakkelijk om tegelijk te werken en te studeren. Drie jaar geleden was het voor mij ‘nu of nooit’: mijn vrouw zag het zitten en onze twee kinderen werden zelfstandiger en stonden zelf op het punt om verder te studeren. Het afgelopen jaar heb ik 100% gewerkt en 80% van een voltijds lessenpakket gevolgd. Ik heb dus eigenlijk op 180% gedraaid. Het was heel vermoeiend. Alleen maar werken voelt sindsdien een beetje als vakantie.”

“Ik ben niet van plan om meteen ander werk te zoeken nu ik dat diploma op zak heb. Maar ik besef ook goed dat mensen achteraf vaak weinig doen met wat ze hebben geleerd tijdens een opleiding. Best angstaanjagend. Ik zoek manieren om die inzichten in mijn werk te laten renderen, ook voor mijn collega’s. Zij waren mijn grootste supporters toen ik studeerde. Ik merk dat ik geduldiger ben en dingen meer strategisch aanpak. Dat is alvast een verbetering.”

*****

 


Hoe zou het nog zijn met ...

ONZE HIPSTE COLLEGA

Seppe Dams

Seppe Dams• Combineert sinds september vorig jaar twee halftijdse jobs: beleidsmedewerker Jeugd bij het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen (ASCW) en adviseur Organisatieontwikkeling Volwassenen bij het Agentschap voor Overheidspersoneel (AgO).

• Werkte daarvoor voltijds bij het ASCW, sinds begin 2007.

• Werd in april 2011 door het programma Peeters en Pichal uitgeroepen tot hipste ambtenaar.

• Stond voor het eerst in 13 van juli 2011.

• Zei toen: “Ik ben jaloers op de collega’s van het Agentschap voor Overheidspersoneel. Hun coachende taak intrigeert me.”

“Dat ik sinds een jaar twee halftijdse jobs combineer bij de Vlaamse overheid heb ik onrechtstreeks aan 13 te danken. Toen een medewerker van het blad me enkele eindejaarsvraagjes onder de neus schoof, werd er gevraagd op welke collega’s ik stiekem jaloers was en dat waren de mensen van het Agentschap voor Overheidspersoneel (AgO). Negen maanden later mocht ik er halftijds aan de slag via tijdelijke mobiliteit en schroefde ik mijn andere job ook terug naar een halftijdse.”

Je werkt er nu een jaar. Wat is de balans?

SEPPE: “Organiseren en plannen is niet mijn sterkste kant, maar met twee jobs kun je niet anders. Ik ben er al beter in geworden. Verder is het een win-winsituatie: bij het ASCW was ik vertrouwd met de wisselwerking tussen beleid en politiek en die ervaring komt me goed van pas bij AgO. Omgekeerd heb ik leren faciliteren bij AgO, waarmee ik bij het ASCW nu mijn voordeel doe. Ik vond het wel lastig om bij de nieuwe collega’s telkens weer voorgesteld te worden als ‘de hipste ambtenaar’. Ik ben dat etiket beu. Als een radiostation of vereniging zich geroepen voelt om een nieuwe verkiezing uit te schrijven: graag! Tijd voor een opvolger!”

 *****

 

 

Hoe zou het nog zijn met ... 

… ONS JONGSTE AFDELINGSHOOFD

Natalie Verstraete

© Lieven Van Assche

Natalie Verstraete (37)

 • Sinds 2012 afdelingshoofd Horizontaal Beleid bij het Departement Onderwijs.

• Werd op haar 31ste afdelingshoofd Internationale Relaties Onderwijs.

• Stond in 13 van september 2009.

• Zei toen: “Een jonge leidinggevende zorgt voor extra zuurstof omdat je de dingen met een onbevangen blik kan bekijken.”

U hebt voor deze functie 3,5 jaar een andere afdeling geleid. Hoe kijkt u daarop terug?

NATALIE: “Het waren leerrijke, maar ook harde jaren, al had dat minder met het werk te maken. Ik verloor mijn man nog geen jaar na mijn benoeming en was de job nog volop aan het leren. Tegelijkertijd moest ik mijn verdriet verwerken en het leven van mijn kinderen, toen één en twee jaar, én dat van mezelf draaiende houden. Die combinatie was zwaar en ik heb wel eens getwijfeld of ik mijn leidinggevende job zou opgeven. Nu ben ik blij dat ik de eerste twee jaar na dat persoonlijke drama geen ingrijpende beslissingen heb genomen. Ik doe de job nog steeds heel graag en denk dat dát de juiste keuze was.”

Op uw 31ste werd u afdelingshoofd, nu bent u 37. Niet meer piep, maar wel nog jong. Welke voordelen biedt dat?

NATALIE: “Op mijn 37ste ken ik mezelf beter en is het duidelijker welke schakel ik binnen de organisatie ben. Verder zijn mijn sterktes uitgekristalliseerd en weet ik wat mijn valkuilen zijn. Daarom maak ik betere keuzes. We zijn nu met verschillende afdelingshoofden van rond de 35 jaar. In een groep van mensen met dezelfde leeftijd hoef ik niet meer als enige te zeggen dat een late vergadering mij niet goed uitkomt vanwege de kinderen. Ik blijf er wel bij dat een piepjong iemand met een meer onbevangen blik naar de dingen kijkt dan een ervaren collega. Die zal sneller naar bekende oplossingen grijpen. Een goede mix werpt de meeste vruchten af.”

Hoe ziet u zichzelf evolueren?

NATALIE: “Ik ben niet bezig met carrièreplanning. Onderwijs is zo’n boeiend thema: het is een bepalende factor in ieders leven en heeft raakvlakken met een heleboel andere beleidsdomeinen zoals werk, sport en wetenschap. Of ik ooit hogerop wil klimmen, weet ik op dit moment niet. Ik heb geleerd om van dag tot dag te leven, ook in mijn carrière.”

*****

 


Hoe zou het nog zijn met ... 

… ONZE GEPENSIONEERDE TOPAMBTENAAR

Marc Morris (61)

Marc Morris• Ging op 1 november 2013 met pensioen. Leidde als secretaris-generaal het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

• Heeft 37 jaar voor de overheid gewerkt

• Is nu eerste schepen in Bertem (CD&V).

• Stond voor het eerst in 13 van mei 2008.

• Zei toen: “Ik voel mij absoluut gelukkig met wat ik doe.”

“De dag dat ik officieel met pensioen ben gegaan, werd mijn eerste kleinzoon geboren. Dat kon mijn nieuwe levensfase niet méér in de verf zetten. Ik heb nu meer tijd voor mijn familie, al moet ik zeggen dat ik ook mijn handen vol heb aan de gemeentepolitiek. Als schepen ben ik geregeld de hort op, gelukkig zonder files nu. De grootste verandering is dat ik niet langer de lakens uitdeel, maar ook zelf opdrachten afhandel. Het voelt daarom op meer dan één manier aan als back to the roots.”

“Nieuws over de Vlaamse overheid volg ik op de voet. Ik heb grootse verwachtingen nu gemeenten meer verantwoordelijkheid krijgen volgens het Vlaamse regeerakkoord. Dat is altijd al mijn stokpaardje geweest. Verder hoop ik dat we met z’n allen oog blijven hebben voor de sociaal zwakkeren in de maatschappij. Dat ze niet in de kou komen te staan door de besparingen.”

*****

Hoe zou het nog zijn met ...

ONZE WARMSTE COLLEGA

 

© Christophe Ketels

Urbain Bax (65)

Urbain Bax• Werkte bij het Agentschap voor Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen (ASCW), de laatste jaren als documentalist. Ging in december 2012 met pensioen.

• Stond in 13 van juli 2012.

• Vertelde toen hoe hij collega Linda Baetens steunde in haar strijd tegen kanker.

• Zei toen: “Ik spreek heel open met Linda over haar ziekte. Over haar wil om te genezen, maar ook over haar angst om de strijd te verliezen.”

“We hebben altijd een goede band gehad op onze afdeling. Ook nu heb ik nog veel contact met mijn ex-collega’s. We mailen elkaar en ik ga geregeld naar Brussel om samen te lunchen. Iedereen leefde ook sterk mee toen onze collega Linda ziek werd. De betrokkenheid bleef groot tot op het einde. Het was heel moeilijk om haar te zien achteruitgaan. En een absolute zonde om haar op haar 52ste al te moeten laten gaan. We zijn met de collega’s nog regelmatig bij Linda op bezoek geweest, ook toen het veel slechter met haar ging. Ik heb haar een laatste keer gezien enkele dagen voor ze gestorven is.”

“Het is een zwaar jaar geweest, niet alleen door Linda’s overlijden. De relatie met mijn vriendin is afgelopen en ik heb een vrij hectische verhuisperiode achter de rug. Als je net met pensioen bent, is het een slecht moment om je relatie stuk te zien gaan. Vooraf denk je dat je vanaf dan alles beter, intensiever en relaxter zult doen. Maar dat is tot nu toe nog niet gelukt.”

*****

 

 

Hoe zou het nog zijn met ...

… ONZE WOORDVOERDER

Anneke Ernon (38)

Anneke Ernon• Heeft 12 jaar gewerkt voor de VDAB. Stapte in september 2013 over naar de VRT als woordvoerder, maar keert bij het verschijnen van 13 terug naar de VDAB.

• Stond begin 2013 in 13 en beantwoordde onze eindejaarsvraagjes.

• Zei toen: “Ik wens iedereen een job die hij graag doet.”

“Ik heb veel geleerd bij de VRT, maar toch bleef mijn hart kloppen voor de VDAB. Jaren heb ik er mee aan het beleid getimmerd en er ook invulling aan gegeven: ik gaf Nederlandse les aan anderstaligen, was er opleidingsmanager en later werd ik woordvoerder. Ik vond het fijn als ik journalisten een heldere uitleg kon geven over bijvoorbeeld knelpuntberoepen. Mijn werk als woordvoerder bij de VRT kwam heel goed overeen met wat ik bij de VDAB had gedaan.”

“Maar toch bleef het kriebelen. Ik zal bij VDAB nu meer inhoudelijk werken en focussen op de communicatie rond veranderingstrajecten en kijk er enorm naar uit. Oude liefde roest niet, zeker?”

 

Pagina afdrukkenTip een collega over deze pagina
Gepubliceerd op 26 september 2014. Laatst gewijzigd op 26 november 2014

Discussie

Geen reacties tot nu toe.

(Alle reacties zullen met de naam van de afzender gepubliceerd worden)

:


: