ga naar de navigatie ga naar de inhoud

Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.

Magazine voor het Vlaamse overheidspersoneel
 

Dertien nr 15 - Blikvanger

Politieke benoemingen

"Kleur speelt nog altijd een rol"

door Dirk Gryp

man met lidkaart

“Politieke benoemingen zijn de belangrijkste weg naar de top voor Vlaamse leidend ambtenaren. De meerderheidspartijen van de toenmalige regering-Leterme posteerden tussen 2004 en 2006 hun toppers aan het hoofd van de Vlaamse administratie.” Dat zegt Christophe Pelgrims (30), die onlangs zijn doctoraatsstudie over de hervorming Beter Bestuurlijk Beleid heeft voorgesteld. De voormalige medewerker van het Instituut voor de Overheid werkt ondertussen zelf bij de Vlaamse overheid. Tijd dus om kleur te bekennen tegenover 13. “Als mijn studie een aanzet is voor een open debat rond politieke benoemingen, ben ik al tevreden.”

foto Christophe Pelgrims

Geen enkele doctoraatsstudie gaat tegenwoordig meer over de tong in de Vlaamse overheid dan die van Christophe Pelgrims. In zijn ‘Bestuurlijke hervormingen vanuit een politiek perspectief ’ onderzocht hij onder meer de operatie Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) die de Vlaamse Regering de afgelopen jaren heeft doorgevoerd. Pelgrims sprak met 32 ambtenaren, parlementsleden, regeringsleden, kabinetsleden en partijmedewerkers die nauw betrokken waren bij de hervorming. Hij slaagde er ook in talloze vertrouwelijke verslagen in te kijken. De keuze voor de topmannen is zeker gebaseerd op hun competenties. Maar die sluiten politieke criteria niet uit” Onderzoeker Christophe PelgrimsDaaruit bleek alvast één opmerkelijk feit: de coalitiepartners van de toenmalige regering-Leterme spraken onderling af om de topfuncties van de administratie te verdelen.

“Dat klopt, maar bij de hervorming van een ambtenarenapparaat heb je sowieso politieke inmenging. Het verdelen van topfuncties vormt daar één element van. Om een moeilijk bestuurbaar land als België op de rails te houden, heb je politiek evenwicht nodig. Ook in de gewesten. Maar als de democratisch verkozen meerderheid gelijkgestemden benoemt aan de top, halen de meeste waarnemers hun neus op. Het is echter een netwerk zoals elke topmanager uit de privé dat heeft”, meent Pelgrims. Hij geeft ook aan dat de omstandigheden ideaal waren. “Alle 66 topfuncties waren op hetzelfde ogenblik ‘vacant’. Politiek gezien waren er bovendien kansen, want de meeste partijen zaten in de regering, er was weinig oppositie.”

Politieke massage

Dat de politieke partijen de touwtjes in handen hielden, blijkt volgens Pelgrims uit het verloop van de selectieprocedure. “Tijdens de eerste twee ronden, die niet openstonden voor externe kandidaten, maakten de politieke partijen onderlinge afspraken. Als er voor een bepaalde functie slechts één kandidaat opdook, was een mondeling gesprek niet nodig. Dan volstond een korte motivering. Daarom kregen sommige kandidaten de raad om hun kandidatuur in te trekken”, schetst Pelgrims. Ingewijden vertrouwden hem toe dat na die zogenaamde ‘politieke massage’ de meesten beslisten om uit de race te stappen. Voor wie de boodschap evenwel nog niet begrepen had, klapte de deur dicht door een veto.

Als het echt nodig was, paste men zelfs decreten aan. “Dat gebeurde als politieke partijen er bijvoorbeeld niet uit raakten omdat ze de functie van topambtenaar elk aan een eigen kandidaat hadden beloofd. Zo kon een agentschap door twee topambtenaren geleid worden”, geeft Pelgrims als voorbeeld.

Vrouwen uit de boot

Pelgrims wijst erop dat de selectiebureaus toch hun rol hebben kunnen spelen: “Ik heb geen aanwijzingen voor het tegendeel. Ik weet zelfs dat sommige kandidaten die de voorkeur hadden, het niet gehaald hebben omdat ze niet geslaagd waren voor testen. Als een minister echter moet kiezen tussen twee even goede kandidaten, lijkt het logisch dat hij kiest voor degene met wie hij best overeenkomt. Burgers hebben er ook geen baat bij als de minister en zijn topman van de administratie niet door één deur kunnen.

Politieke benoemingen leveren pas problemen op als iemand onbekwaam is voor de topfunctie waarin hij wordt gepiloteerd. Maar dat lijkt in de Vlaamse overheid niet het geval”, zegt Pelgrims.

“De keuze voor de topmannen is zeker gebaseerd op hun competenties. Maar die sluiten politieke criteria niet uit. Een leidend ambtenaar moet goed kunnen budgetteren en mensen aansturen. Maar er is meer nodig: hij moet ook politiek het klappen van de zweep kennen. De combinatie van die kwaliteiten was vooral aanwezig bij de kandidaten met kabinetservaring. Daardoor hadden ze een streepje voor ten opzichte van hun concurrenten uit de administratie en de privé. Bovendien hadden veel externen zich niet goed ingewerkt in het beleidsdomein waarvoor ze solliciteerden.”

“Vrouwen zijn onder meer uit de boot gevallen omdat ze te weinig netwerken. Dat bleek al uit eerder onderzoek. Ze verwaarlozen politiek lobbywerk en durven niet goed resoluut voor hun ambitie uit te komen. Dat was een onoverkomelijke handicap”, zegt Pelgrims.

Open en bloot

We moeten ons geen illusie maken volgens Pelgrims: “Politieke benoemingen zijn van alle tijden. Maar vroeger wist iedereen dat alles politiek geregeld werd. Nu is dat niet meer zo duidelijk. In andere landen gebeurt alles open en bloot. De Verenigde Staten bijvoorbeeld vertonen een radicale vorm, want daar wordt de ambtelijke top na de verkiezingen volledig vervangen door ambtenaren van de kleur van de nieuwe minister. In Duitsland merken we dat de twee hoogste topfuncties wisselen. De continuïteit van het bestuur komt daardoor niet in het gedrang.”

“Maar in Vlaanderen is het moeilijk om de elite elke keer te vervangen, want de vijver van talent waarin gevist wordt, is te klein. Daardoor zal een minister vaker geconfronteerd worden met een topman die door zijn voorganger is benoemd. Dat kan achterdocht wekken. En toch, als blijkt dat een topman niet alleen voor zijn politieke kleur, maar ook voor zijn competentie is gekozen, dan zou hij in de toekomst toch ook met een minister van een andere partij kunnen samenwerken”, meent Pelgrims.

“Veel collega's zijn verwonderd dat ik als ambtenaar zoiets mag zeggen” Christophe PelgrimsPelgrims ondervond alvast tijdens zijn onderzoek en bij de voorstelling van zijn studie enkele maanden geleden dat er open over politieke benoemingen gesproken wordt. “De tijd is misschien rijp voor een debat. Ofwel kies je voor een systeem waar de politiek niet in tussenkomt, en dat lijkt mij zeer theoretisch. Ofwel doe je het open en bloot. Misschien kunnen we dan ook discussiëren over waar je de grens trekt. Moeten leidinggevenden op het N-1-niveau, het middenkader, ook politiek benoemd worden?”

Kleur bekennen

Ondertussen is Pelgrims zelf aan de slag bij de Vlaamse overheid, als coördinator Beleidsvoorbereiding bij het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed. Hij krijgt veel reacties van zijn collega’s. “De meesten zijn positief. Er zijn ook mensen die verontwaardigd reageren. Niet dat ze verrast zijn over de vaststellingen: ‘Natuurlijk zijn er politieke benoemingen, dat weet toch iedereen.’ Maar ze zijn verwonderd dat ‘ik als ambtenaar zoiets durf te beweren!’”

Op de vraag of hij zelf een partijkaart zou aanschaffen om carrière te maken antwoordt Pelgrims aarzelend: “Een partijkaart klinkt zo plat. Wat zien we? Ambtenaren zijn soms opportunistisch en bezitten verscheidene partijkaarten. Ze spelen de kaart uit die op dat moment voor hen het meest opbrengt. Wat telt, is de beleidsfi losofi e achter de partijkaart. Het onderzoek toont aan dat je vanaf een bepaald niveau overigens kleur moet bekennen. Anders kiezen de anderen wel een kleur voor jou”, besluit Pelgrims.


“Politieke kleur speelt nauwelijks

Erik Portugaels, gedelegeerd bestuurder van nv De Scheepvaart, volgde als voorzitter van MOVI, het netwerk voor management in de Vlaamse overheid, de zes jaar durende afwikkeling van de BBB-hervorming op de voet. Hij vindt dat politieke kleur nauwelijks heeft gespeeld bij de benoeming van topambtenaren.

“De Vlaamse topmanagers waren, in tegenstelling tot hun federale collega’s, al tien jaar door de regering geëvalueerd. Het leeuwendeel had in 2005 een (zeer) positieve evaluatie gekregen. De overgang van een vastbenoemde status naar een mandaatsysteem heeft voor nagenoeg 90 % dezelfde stuurlui aan boord gehouden. Dat verkopen als politieke koehandel is nonsens. In twee agentschappen, elk met een historisch gegroeide speciale situatie, werd geopteerd voor een uitdovende duobaan met goede afspraken. Dat is een detail in de hele BBB-operatie.

Belangrijk is dat de Vlaamse topmanagers worden aangeworven na een selectie door Jobpunt Vlaanderen. Een op de privéleest geschoeid assessment peilt naar de beste kandidaten voor topfuncties. Dat de Vlaamse Regering de laatste keuze maakt, is logisch. De privésector volgt dezelfde procedure met dezelfde assessmentbureaus, waar een voormalige job bij een kabinet als een pluspunt wordt ervaren. Maar o wee als dat bij de overheid gebeurt, dan wordt onmiddellijk over politieke benoemingen georakeld. Dat vind ik hypocriet.”

En over de kabinetten: “MOVI is altijd voorstander geweest van een aantal ministeriële raadgevers en ik kan dat alleen maar onderschrijven. Zelf heb ik nooit op een kabinet gewerkt.”


“Te grote vinger in de pap”

Ingrid Pelssers, opdrachthouder Emancipatiezaken (Departement Bestuurszaken), vindt dat de kabinetten een veel te grote rol spelen bij de toewijzing van topfuncties.

“Het is goed dat men nu openlijk erkent dat er politieke benoemingen bestaan. Maar ik heb er een probleem mee dát ze gebeuren. De politiek heeft een te grote vinger in de pap. De beïnvloeding van kandidaten om zich terug te trekken bijvoorbeeld, staat haaks op de selectie op basis van competenties. Dat doen we voor elke andere ambtenaar, waarom dan ook niet voor de top?

Door de politieke bemoeienis zullen veel geschikte personen zich niet meer kandidaat stellen omdat ze denken dat het pleit al beslecht is. Het kan toch niet dat er in de privé geen bekwame mensen zijn voor een topfunctie bij de Vlaamse overheid? Ik ken alvast genoeg topmanagers uit de privé die zich met al hun talent en ervaring willen inzetten voor de samenleving. Als ze voor een topfunctie in de Vlaamse overheid willen solliciteren, moeten ze zich blijkbaar ook op een informele procedure met politieke inmenging voorbereiden. Hetzelfde geldt voor vrouwen: die moeten meer netwerken en vroeger hun ambities duidelijk maken. Maar uiteindelijk zou het systeem zelf moeten veranderen.”


“Politiek actief zijn is een voordeel”

Jo De Ro, administrateur-generaal van het Agentschap voor Onderwijscommunicatie, schaamt zich niet om kleur te bekennen.

Rode Jo was zijn bijnaam, maar hij is altijd al liberaal “én sociaalvoelend” geweest. “Ik heb nooit een geheim gemaakt van mijn politieke voorkeur. Het is niet meer dan eerlijk dat je als topambtenaar openlijk uitkomt voor je achtergrond, dat zorgt voor een grotere transparantie. Voor mezelf vind ik het een voordeel dat ik ook politiek actief ben. Als gemeenteraadslid kom ik meer te weten over de problemen van de mensen, en dat helpt me om als ambtenaar beter werk te leveren. Terwijl ik in de politiek ook het clichébeeld kan bestrijden dat politici nog vaak over de ambtenarij hebben. Eisen dat ambtenaren geen enkele politieke binding hebben, lijkt me dan ook een grote verarming.”

 

Pagina afdrukkenTip een collega over deze pagina
Gepubliceerd op 26 augustus 2008. Laatst gewijzigd op 12 januari 2011