ga naar de navigatie ga naar de inhoud

Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.

Magazine voor het Vlaamse overheidspersoneel
 

Dertien nr 9 Blikvanger

Het ambtenarendebat

Zijn we met te veel?

door Maarten De Gendt

Zijn we met te veel ambtenaren? Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) luidt het antwoord op die vraag: ja. Deze zomer bracht de Oeso een lijvig rapport uit waarin ze de publieke sector in België onder het vergrootglas houdt. De conclusies zijn opmerkelijk: in vergelijking met dertien andere landen heeft België erg veel ambtenaren in dienst en zijn ook de totale loonkosten per ambtenaar bij de hoogste. Ook het aantal Vlaamse ambtenaren - wij zijn met 45.243 - en wat we kosten, wordt in vraag gesteld, zowel binnen als buiten de Vlaamse overheid. Wij zetten alle feiten, alle meningen en argumenten op een rij. Objectief en onversneden met als conclusie: “In de toekomst zullen we wel verplicht zijn om minder ambtenaren in te zetten.”

foto Rudi Thomaes“Ja, er zijn te veel ambtenaren in dit land”, “Veel ambtenaren verrichten geen kerntaken van de overheid: onderhoud, ICT, logistiek … Privébedrijven kunnen die taken meestal efficiënter uitvoeren.”
Rudi Thomaes, VBO
beweert Rudy Thomaes, gedelegeerd bestuurder van de werkgeversorganisatie VBO. “Als je het aantal ambtenaren stelt tegenover de totale beroepsbevolking, dan zijn er relatief veel in vergelijking met het buitenland. Sectoren als het onderwijs en de gezondheidssector laten we buiten beschouwing, want de middelen die daar worden ingezet, leveren ook een goede kwaliteit. Maar in het ‘algemeen bestuur’, of vrij vertaald de klassieke ministeries, is de efficiëntie te laag. Er is met andere woorden een te groot personeelsbestand dat een te lage output genereert.”

Een klassieke verklaring voor het hoge aantal ambtenaren is de tewerkstellingspolitiek uit de jaren zeventig. Om de stijgende werkloosheid in te tomen, zijn toen heel veel mensen in overheidsdienst aangeworven. Mensen voor wie nu niet genoeg zinvol werk meer voorhanden is, zo luidt de redenering.

foto Georges MonardGeorges Monard, “De federalisering heeft geleid tot zeer vele bestuursniveaus, die elk hun eigen personeel nodig hebben.”
Georges Monard, Departement DAR
projectleider bij het Departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid en tot voor kort voorzitter van de federale overheidsdienst Personeel en Organisatie, nuanceert: “België is een ingewikkeld land. De federalisering heeft geleid tot zeer vele bestuursniveaus, die elk hun eigen personeel nodig hebben. Dat geldt trouwens niet alleen voor de overheid: het zou even interessant zijn de personeelsbezetting van de unitaire werkgeversfederatie van veertig jaar geleden te vergelijken met die van de vier werkgeversorganisaties nu.”

“Toch stellen we vast dat andere landen met een vergelijkbare staatsstructuur het aantal ambtenaren beter in de hand hebben gehouden”, repliceert Thomaes.

Niet efficiënt

foto Rudy AernoudtOok Rudy Aernoudt, “De Belgische overheden zouden ook goed kunnen draaien met 200.000 ambtenaren minder.”
Rudy Aernoudt, Departement EWI
secretaris-generaal van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie, gelooft dat er te veel ambtenaren zijn. “De laatste jaren zie je een enorme personeelsgroei in de lokale besturen, terwijl die toch niet zo veel extra bevoegdheden hebben gekregen. Ook het aantal ambtenaren op federaal niveau is niet evenredig gedaald met het aantal bevoegdheden dat naar de deelstaten is overgeheveld. Nu zegt dat op zich niks over de efficiëntie van het overheidsapparaat. Méér ambtenaren kan ook betekenen dat de overheid heel veel werk verzet. Maar een onderzoek van de Europese Centrale Bank (ECB) uit 2003 toonde aan dat de Belgische overheid haar middelen weinig efficiënt inzet. In een vergelijking kwam België samen met Frankrijk op de 21ste plaats van 23 landen. Op basis van dat onderzoek zouden de Belgische overheden dezelfde output kunnen genereren met slechts 66% van de middelen die ze daar vandaag voor inzetten. Om het even stout te stellen: de Belgische overheden zouden ook goed kunnen draaien met 200.000 ambtenaren minder.”

foto Annie Hondeghem“Let echter op met die onderzoeken”, “In de toekomst zullen we wel verplicht zijn om minder ambtenaren in te zetten.”
Annie Hondeghem, Instituut voor de Overheid
waarschuwt Annie Hondeghem, professor aan het Instituut voor de Overheid. “De studie van de ECB uit 2003 is vanuit wetenschappelijk oogpunt een bedenkelijke bron. De studie ging voornamelijk uit van de perceptie van bedrijfsleiders over de efficiëntie van de overheid. Er zijn te weinig gegevens ter beschikking om de efficiëntie van overheden objectief te vergelijken. In andere studies scoort België een stuk beter. De Wereldbank plaatst België bijvoorbeeld op de zevende plaats van 15 landen.”

Meer deeltijdsen

foto Luc HamelinckOok de vakbonden zijn niet overtuigd. “Het totale arbeids volume is in werkelijkheid in 10 jaar met 5% gedaald.”
Luc Hamelinck, ACV
Luc Hamelinck, voorzitter van ACV-Openbare Diensten: “Mensen als Rudy Aernoudt en organisaties als het VBO en Unizo vervallen snel in slogans en gemeenplaatsen. Bovendien gebruiken de meeste studies absolute cijfers - cijfers van het aantal koppen in dienst. Dat geeft echter een vertekend beeld, want in de openbare sector werken net heel veel mensen deeltijds. Méér dan in de private sector. Als je de berekening in voltijdse equivalenten uitvoert, dan krijg je veel lagere cijfers. Wij hebben de berekening eens gedaan op basis van het aantal arbeidsdagen dat geregistreerd is in de RSZ-statistieken. Onze conclusie was verrassend: het werkelijke arbeidsvolume in de openbare sector is in tien jaar met vijf procent gedaald.”

foto Chris Reniers“Overigens vinden wij dat we het niet als een louter wiskundig probleem moeten bekijken”, “Zolang het nuttig werk betreft, is er in de overheid ook plaats voor laaggeschoolde personeelsleden.”
Chris Reniers, ACOD
verklaart Chris Reniers, algemeen secretaris van de ACOD. “De discussie moet gaan over de vraag op welke dienstverlening de burger recht heeft. Pas daarna kun je onderzoeken hoeveel mensen daarvoor nodig zijn. Er zijn inderdaad taken die efficiënter uitgevoerd kunnen worden, met minder personeel. Maar daarnaast heb je volgens mij ook heel wat taken waarvoor méér personeel nodig is. Kijk maar naar de schrijnende onderbezetting op de diensten voor fiscale, sociale en milieucontroles.”

Minder C’s en D’s?

Secretaris-generaal Aernoudt is het daar in zekere zin mee eens: “Je moet je altijd afvragen hoeveel ambtenaren er eigenlijk nodig zijn op welke overheidsdiensten voor welke taken. Tegenwoordig is er bijvoorbeeld minder werk voor niveau C en D dan dertig jaar geleden, terwijl er meer behoefte is aan ambtenaren van niveau A. Daarom pleit ik voor een doordachte vervanging van ambtenaren van lagere niveaus als ze metpensioen gaan. Bijvoorbeeld door per drie personeelsleden van een lager niveau die vertrekken, één nieuw personeelslid van een hoger niveau aan te werven.”

Maar hier komen de vakbonden tussen. ACV’er Hamelinck: “Een overheid heeft nog altijd een sociale tewerkstellingsfunctie. Vele ambtenaren van niveau C en D zouden op de arbeidsmarkt erg zwak staan en in de privé niet aan de bak komen. Waar kunnen die mensen dan terecht? De overheid moet corrigerend kunnen blijven optreden waar de privé tekortschiet.” De vakbonden wijzen er verder op dat de meeste overheidsinstellingen intussen op een professionele manier personeelsprocessen en -plannen uittekenen, waarin ze objectief nagaan hoeveel mensen nodig zijn om de doelstellingen te halen.

Jobwissels

Topambtenaar Monard gelooft ook in de noodzaak van dergelijke personeelsoefeningen: “De conclusie is volgens mij dat sommige diensten meer personeel en andere minder nodig hebben, maar ook dat er andere competenties nodig zijn. Ik kan me wel voorstellen dat zo’n oefening kan leiden tot een totale reductie, maar ook tot een upgrading naar hogere competenties.”

Tegen een hogere mobiliteit heeft niemand iets. Mensen moeten volop kansen krijgen om van job te wisselen binnen de overheid. “En daarbij mogen er geen grenzen zijn tussen de bestuursniveaus”, vindt topambtenaar Aernoudt. “Zijn er te veel ambtenaren in een provinciebestuur en te weinig in een agentschap op een Vlaams niveau? Dan moeten er minder personeelsleden vervangen worden op provinciaal niveau, en meer op Vlaams niveau. Bovendien moeten ambtenaren veel vlotter kunnen overstappen naar een job op een ander bestuursniveau.”

VBO’er Thomaes vult aan: “En niet alleen tussen bestuursniveaus. Ook de overstap van overtollig overheidspersoneel naar de privé zou vlotter moeten gaan. Nu remt het ambtenarenstatuut die overstap te veel af.”

Privatisering

“Moet je als overheid alles met eigen personeel doen?” vraagt Thomaes zich af. “Veel ambtenaren verrichten geen kerntaken van de overheid: onderhoud, ICT, logistiek … Privébedrijven kunnen die taken meestal efficiënter uitvoeren. Waarom? Omdat de concurrentie tussen bedrijven zorgt dat elk bedrijf zo efficiënt mogelijk tegen een zo laag mogelijke kostprijs gaat werken. De overheid heeft dat duwtje in de rug van de concurrentie niet. Bovendien zijn het uiteindelijk de privébedrijven die voor de welvaart van het land zorgen. Hoe meer taken je dus aan de privé overlaat, hoe meer welvaart er gecreëerd wordt.”

Monard weet echter dat outsourcen lang niet altijd efficiënter of goedkoper is. “De huidige overheidsmanagers kiezen voor uitbesteding of voor eigen personeel op basis van een kosten-batenanalyse. Niet op grond van ideologie of om de personeelscijfers op te fl euren.” Professor Hondeghem treedt bij: “Je moet niet enkel de betalingen aan het privébedrijf meerekenen, maar ook de procedurekosten om een opdracht uit te besteden en de kosten om te controleren of de opdracht goed is uitgevoerd. Het zou trouwens interessant zijn om de vergelijking te maken met de personeelsbestanden van de privébedrijven die diensten aan de overheid leveren.”

ACV’er Hamelinck vindt dat hier een verborgen agenda van de werkgeversfederatie duidelijk wordt. “Eigenlijk willen de werkgeversorganisaties gewoon de openbare sector inkrimpen om de private sector meer terrein te geven. Het zou eerlijker zijn als ze gewoon toegeven dat het hen om privatisering te doen is. Volgens ons houdt privatisering trouwens belangrijke gevaren in. De overheid kan het algemeen belang vooropstellen en een gelijke behandeling van alle burgers garanderen. Privébedrijven zijn in de eerste plaats op winst gericht.”

En zo komen we terecht in het kerntakendebat. Dat draait rond politieke keuzes: welke taken moet de overheid zeker uitvoeren, welke zijn minder essentieel? VBO’er Thomaes geeft de prijsregulering door de federale overheid als voorbeeld van een taak die eigenlijk niet meer nodig is. Topambtenaar Aernoudt denkt onder meer aan de niet-innovatiegebonden subsidies aan bedrijven. Maar ACOD’er Reniers nuanceert die voorbeelden: “Dat gaat om een klein aantal ambtenaren, niet om een grote massa. Ik kan evenveel taken opsommen die nu in privéhanden zijn, maar die beter door de overheid zouden worden uitgevoerd. De autokeuring en de rijopleiding bijvoorbeeld zijn in handen van privébedrijven, die winst moeten maken. Hoe groot is de verleiding daar om klanten meerdere keren terug te laten komen, gewoon om de inkomsten te verhogen?”

Schadelijke overheid

Is een groot overheidsapparaat dan eigenlijk wel zo nefast? “Niet noodzakelijk”, beweert professor Hondeghem. “De Scandinavische landen worden vaak aangehaald als schoolvoorbeeld van goed beleid. Maar net in die landen is er ook een bijzonder groot personeelsbestand. Blijkbaar hebben de Scandinaviërs ook mensen nodig om dat beleid vorm te geven.”

Toch is Thomaes niet overtuigd van het nut van een groot overheidsapparaat: “U zult begrijpen dat ik een lans breek voor de privébedrijven. Iedere euro die de overheid niet aan haar werking of personeel uitgeeft, kan de bedrijven ten goede komen. Doordat de overheid minder belastingen moet heffen om haar werking te financieren. Of door de vrijgekomen middelen aan te wenden voor een verlaging van de lasten op arbeid. Dat zou onze concurrentiepositie tegenover buitenlandse bedrijven verbeteren en een enorme boost geven aan de ondernemingen. En dan zijn er nog de kosten van het vergrijzende ambtenarenkorps. De overheidspensioenen liggen hoger dan de pensioenen in de privé, en het systeem van perequatie zorgt dat de overheidspensioenen ook sneller stijgen. Dat zijn zware kosten voor een maatschappij die de komende jaren veel geld zal moeten uitgeven aan de vergrijzing.”

Volgens professor Hondeghem dwingt de vergrijzing ons in ieder geval tot het herdenken van de werking van de overheid: “In de toekomst zullen we wel verplicht zijn om minder ambtenaren in te zetten. Onze ambtenaren zijn oud, ouder dan in de buitenlandse overheden. Bij de federale collega’s is maar liefst 44% ouder dan vijftig. Binnen vijftien jaar zullen daar niet genoeg jonge vervangers meer voor te vinden zijn. Daarom moeten we ons nu al de vraag stellen: hoe zullen we met minder mensen toch dezelfde of een betere service blijven leveren?”


Waar staan we internationaal?

grafiek

De Oeso vergeleek de personeelsaantallen van veertien verschillende landen in 2004 of 2005. In de grafiek zit België met 782.508 overheidspersoneelsleden, of 17% van de Belgische beroepsbevolking, iets boven het Europese gemiddelde. Noorwegen (29%), Zweden (28%), Frankrijk (22%) en Finland (21%) scoren hoger. Maar in het Belgische cijfer zijn diensten zoals ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen niet meegerekend, terwijl die bij vele andere landen (onder meer Frankrijk) wel worden meegeteld bij de overheid. Daarom concludeert de Oeso dat België tot de recordhouders van de veertien onderzochte landen behoort. In vergelijking met 25 andere landen besteedt België slechts weinig taken uit. Enkel Portugal doet nog meer binnenshuis.

De totale kosten voor het overheidspersoneel (lonen plus sociale bijdragen en sociale voordelen) zijn ook erg hoog in vergelijking met 25 andere landen. Bijna 70% procent van de totale overheidsuitgaven gaat naar loonkosten. Enkel in Portugal is dat percentage nog hoger. De gemiddelde loonkosten per personeelslid liggen ook iets hoger dan in privébedrijven, maar dat is in de meeste Oeso-landen het geval. De Oeso wijst er echter op dat de andere landen met een hoog aantal personeelsleden in openbare dienst net lagere kosten per personeelslid hebben, omdat ze nog veel lager geschoolden in dienst hebben voor taken die niet werden uitbesteed. België is daarin dus een uitzondering. De Oeso geeft België heel wat zacht geformuleerde aanbevelingen mee. Zo moeten alle overheden in België “de productiviteit en de efficiëntie van hun personeel verhogen”, onder meer door “het aantal personeelsleden en de daarmee samenhangende kosten onder controle te houden”.

Bovendien is er nog veel werk aan de winkel om een moderner humanresourcesbeleid, betere managementtechnieken en meer autonomie en verantwoordelijkheid voor topambtenaren in te voeren. De Vlaamse en federale overheid staan daarin wel al verder dan de overige Belgische overheden, zonder evenwel koploper te zijn, zo besluit de Oeso.


Slecht geteld

Toch een bedenking bij het rapport. Volgens professor Annie Hondeghem van het Instituut voor de Overheid mogen we de cijfers niet te letterlijk nemen. “In België worden er sinds 2001 geen geconsolideerde statistieken meer bijgehouden van het aantal ambtenaren. Tegenwoordig moet men de cijfergegevens bijeensprokkelen bij verschillende overheidsdiensten en bestuursniveaus, die elk op hun eigen manier personeelsaantallen registreren. En als dat in België al zo moeilijk is, hoeveel moeilijker is het dan om vergelijkbare cijfers over verschillende landen heen te verzamelen?”

www.oecd.org


Wat met de resultaten?

Onze collega’s in het Departement Bestuurszaken werken momenteel aan een Nederlandse vertaling van de aanbevelingen van het Oeso-rapport. In het najaar volgt een seminarie rond de vraag hoe we die aanbevelingen in de praktijk kunnen omzetten.


Met zoveel zijn we:

Hoe zit het eigenlijk in de Vlaamse overheid? Eerlijk is eerlijk, het personeelsbestand is de laatste jaren verder gestegen. Op 31 december 2006 telden alle entiteiten binnen de BBB-structuur samen 34.460 personeelsleden. Dat komt overeen met 31.138 voltijdse equivalenten. Tellen we daar de instellingen bij die geen deel uitmaken van de BBB-structuur, dan komen we aan een totaal van 45.243 collega’s, of 41.183 voltijdse equivalenten. Dat is een lichte stijging tegenover de vorige jaren. Volgens het jaarrapport Personeel & Organisatie werkten we in 2003 met 42.484 bij de Vlaamse overheid, in 2004 waren we met 44.326 en in 2005 met 44.081. Het aantal voltijdse equivalenten bedroeg 39.022 in 2004 en 39.768 in 2005. Door de BBB-hervorming zijn de personeelsaantallen van de verschillende entiteiten grondig dooreengeschud. Dat maakt het onmogelijk om het verloop in de afzonderlijke entiteiten te meten.

Entiteit binnen BBB - Aantal personeelsleden - Voltijdse equivalenten

  • Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn - 7528 - 7145
  • Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) - 4843 - 4231
  • Agentschap Infrastructuur - 1588 - 1498
  • Kind en Gezin - 1302 - 1007
  • Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust - 1266 - 1138
  • Jongerenwelzijn - 1123 - 991
  • Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - 1034 - 938
  • Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) - 917 - 839
  • Waterwegen en Zeekanaal (W&Z) - 878 - 872
  • Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) - 785 - 738
  • Agentschap voor Facilitair Management - 703 - 574
  • Bloso - 660 - 592
  • Vlaamse Landmaatschappij (VLM) - 646 - 582
  • De Scheepvaart - 596 - 573
  • Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel (OPZ Geel) - 596 - 510
  • Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) - 579 - 523
  • Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem (OPZC Rekem) - 519 - 459
  • Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) - 491 - 436
  • Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) - 478 - 425
  • Agentschap voor Binnenlands Bestuur - 472 - 409
  • Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) - 386 - 338
  • RO-Vlaanderen - 368 - 334
  • Departement Landbouw en Visserij (LV) - 340 - 309
  • Agentschap voor Landbouw en Visserij - 339 - 312
  • Departement Onderwijs en Vorming (OV) - 329 - 291
  • Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) - 322 - 276
  • Departement Bestuurszaken (BZ) - 290 - 259
  • Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) - 262 - 235
  • Kunsten en Erfgoed - 262 - 226
  • Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) - 251 - 230
  • Flanders Investment and Trade (FIT) - 245 - 236
  • Agentschap voor Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs (AHOVO) - 238 - 206
  • Zorg en Gezondheid - 229 - 204
  • Departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (DAR) - 205 - 175
  • Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO) - 197 - 170
  • Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) - 188 - 170
  • Toerisme Vlaanderen - 172 - 148
  • Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO) - 169 - 157
  • Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) - 156 - 141
  • Syntra Vlaanderen - 151 - 137
  • Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM) - 145 - 129
  • Wonen-Vlaanderen - 145 - 129
  • Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) - 131 - 116
  • Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) - 130 - 114
  • Inspectie WVG - 111 - 95
  • Agentschap Economie - 109 - 99
  • Inspectie RWO - 109 - 97
  • Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie - 107 - 90
  • Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen (AGIV) - 104 - 101
  • Departement Financiën en Begroting (FB) - 103 - 92
  • Agentschap voor Overheidspersoneel (AgO) - 98 - 87
  • Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen - 98 - 83
  • Departement Werk en Sociale Economie (WSE) - 97 - 91
  • Departement Internationaal Vlaanderen (iV) - 93 - 78
  • Vlaamse Belastingdienst - 83 - 75
  • Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) - 77 - 66
  • Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) - 73 - 71
  • Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) - 72 - 65
  • Vzw ‘de Rand’ - 59 - 52
  • Agentschap voor Onderwijscommunicatie (AOC) - 58 - 52
  • Centrale Accounting - 56 - 50
  • Studiedienst van de Vlaamse Regering - 44 - 42
  • Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) - 43 - 40
  • Vlaams Energieagentschap (VEA) - 35 - 31
  • Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) - 33 - 31
  • Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) - 28 - 25
  • Interne Audit van de Vlaamse Administratie (IAVA) - 25 - 21
  • Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) - 22 - 20
  • Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking (VAIS) - 19 - 17
  • Jobpunt Vlaanderen - 14 - 14
  • Mina-raad - 13 - 11
  • Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) - 10 - 9
  • Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) - 9 - 7
  • Vlaams-Europees Verbindingsagentschap - 4 - 4

Totaal - 34.460 - 31.138

Entiteit buiten BBB

  • Universitair Ziekenhuis Gent (UZ Gent) - 5201 - 4756
  • Vlaamse Radio en Televisie (VRT) - 3017 - 2858
  • Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening (VMW) - 1506 - 1464
  • Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) - 490 - 444
  • Go! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap - 308 - 266
  • Vlaamse Opera - 261 - 257

Totaal - 10.783 - 10.045

Opmerking: sommige personeelscategorieën, zoals kabinetsmedewerkers en uitstappers zitten niet in deze cijfers vervat (Bron: Departement Bestuurszaken - uitgezonderd LRM en PMV).

 

Pagina afdrukkenTip een collega over deze pagina
Gepubliceerd op 28 augustus 2008. Laatst gewijzigd op 28 augustus 2008