ga naar de navigatie ga naar de inhoud

Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.

Magazine voor het Vlaamse overheidspersoneel
 

Dertien nr 7 Blikvanger

Prikklok onder vuur

Nooit meer prikken?

door Maarten De Gendt

drie vrouwen aan de prikklok

“Sinds de BBB-hervorming kunnen alle lijnmanagers zelf bepalen welke werktijdregeling ze in hun entiteit invoeren en hoe de tijdsregistratie gebeurt.” Tom Somers raadgever Bestuurszaken

“Wie zich op het werk goed voelt en goed kan samenwerken met zijn baas en collega’s, zal vanzelf goed werk afleveren.” Frans Cornelis administrateur-generaal

Drie maanden geleden startte de heisa rond de prikklok: secretaris-generaal Rudi Aernoudt kondigde in de media met grote trom aan dat hij de prikplicht zou afschaffen in zijn departement. “Kan niet zomaar”, reageerden de vakbonden en startten prompt petities voor het behoud ervan. Intussen wakkerden enkele politici en andere topambtenaren het debat nog aan en stelden voor “het ancien regime van de ambtenarencultuur dan maar meteen voor alle ambtenaren af te schaffen”. 13 graaft dieper en vertelt u waarom die prikklok er eigenlijk is, wie er gebruik van maakt en wie niet, en of ze werkelijk zo verouderd is als beweerd wordt.

“Je kunt de tijdsregistratie pas afschaffen als er een goed systeem bestaat om de prestaties te volgen.” Dirk Vanderpoorten secretaris-generaal“In mijn departement wil ik de prikplicht graag afschaffen.” Aan het woord is Dirk Vanderpoorten, secretaris-generaal van het Departement Werk en Sociale Economie. Hij is een van de topambtenaren die momenteel met de vakbonden rond de tafel zit om in consensus naar een alternatief voor de tijdsregistratie te zoeken. “Maar enkel op vrijwillige basis,” benadrukt Vanderpoorten, “want ik wil zeker de wensen respecteren van medewerkers die de prikklok nodig hebben als houvast. Maar er zijn ook veel personeelsleden die liever zouden stoppen met prikken. Velen werken geregeld thuis of op verplaatsing. Voor die dagen moeten ze telkens hun afwezigheid regulariseren, wat tot heel wat zinloos papierwerk leidt. Voor hen zou het makkelijker zijn als ze hun ‘aanwezigheid’ niet meer hoeven te bewijzen, en als ze beoordeeld worden op de uitvoering van de afgesproken taken. En dan kunnen we de lijn toch evengoed doortrekken en ook op de ‘kantoordagen’ het prikken achterwege laten?”

Een veel gehoord argument is dat aanwezigheid op de werkplek niks zegt over prestaties. Iemand kan acht uur per dag surfen op het internet, terwijl een collega op minder tijd misschien tonnen werk verzet. In plaats van de aanwezigheid te controleren, kun je beter de resultaten meten, zo luidt de redenering. Vanderpoorten vindt dat essentieel: “Je kunt de tijdsregistratie alleen maar afschaffen als er een goed systeem bestaat om de prestaties te volgen. Ikzelf zou het bijvoorbeeld enkel doen in teams waar (twee)wekelijks op een teamoverleg de prestaties van de voorbije week en de plannen voor de volgende week worden bekeken, voor het héle team. Zowel de chefs als de personeelsleden zelf gaan daarbij moeten leren inschatten hoeveel werk ze kunnen verzetten in een werkweek van 38 uur.”

Veeleisende baas

“Een prikklok biedt bescherming tegen een al te veeleisende baas.” Armand De Troyer administrateur-generaalMaar er zijn ook leidinggevenden die het prikkloksysteem blijven behouden. “Een prikklok biedt je immers bescherming tegen een al te veeleisende baas”, vertelt Armand De Troyer, administrateur-generaal van het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen. “Met een goede baas heb je geen prikklok nodig: die maakt er geen probleem van als je een keer vroeger vertrekt dan gewoonlijk voor je gezin of omdat je nog snel ergens heen moet. Zolang je werk maar af is. Maar een slechte baas die te weinig begrip toont, kan het je heel moeilijk maken, bijvoorbeeld door je te verplichten om er vakantie voor op te nemen. Dan heb je er als personeelslid alle belang bij dat er een veralgemeend systeem bestaat, zoals een prikklok met een glijdende werktijdregeling. Daarmee kun je je werktijd toch enigszins aanpassen als dat nodig is, terwijl je tegenover je baas kunt blijven bewijzen dat je je wel degelijk aan de regels hebt gehouden.”

Zelf vindt De Troyer dat een prikklok niet noodzakelijk is: niet de aanwezigheid op het werk is het belangrijkste, maar wel of iedereen zijn opdrachten goed heeft uitgevoerd. “Maar de werktijdregeling en de tijdsregistratie belangen vooral het personeel zelf aan. Als die de prikklok willen houden, en je hebt er zelf geen fundamenteel bezwaar tegen, dan lijkt het me logisch dat je als leidinggevende de wensen van je medewerkers volgt.”

Extra uren = extra loon?

vrouw aan prikklokVolgens de vertegenwoordigers van die werknemers, de vakbonden, blijft de tijdsregistratie de beste manier voor een personeelslid om een eventueel verwijt van de baas te weerleggen dat hij niet voldoende zou presteren. Het systeem is niet feilloos, maar men moet toch uitgaan van een vermoeden dat een personeelslid tijdens de gepresteerde uren ook effectief aan het werk is. Twijfelt de baas daaraan, dan moet hij niet de prikklok afschaffen, maar controleren of iedereen zijn taken wel goed heeft uitgevoerd.

En dan is er de problematiek van overuren. Voor de meeste collega’s geldt dat ze recht hebben op inhaalrust of overloon als ze op expliciet verzoek van hun leidinggevende extra uren moeten presteren, bijvoorbeeld om een onverwachte piekperiode in het werk op te vangen. Maar, zo zeggen de vakbonden, het wordt bijzonder moeilijk om dat soort overuren aan te tonen als je aanwezigheid op geen enkele manier nog geregistreerd wordt.

Vrijheid binnen de lijntjes

De vakbonden vragen zich af of er geen uniforme regeling voor de hele Vlaamse overheid ingevoerd kan worden. “Dat is niet meer zo evident”, waarschuwt Tom Somers van het kabinet van de Vlaamse minister van Bestuurszaken. “Sinds de BBB-hervorming zijn alle lijnmanagers geresponsabiliseerd, wat wil zeggen dat ze vrij zijn om hun eigen personeelsbeleid te voeren. Ze kunnen dus zelf bepalen welke werktijdregeling ze in hun entiteit invoeren en hoe de tijdsregistratie gebeurt. Maar ze mogen daarbij niet buiten de lijntjes kleuren van bepaalde wetten, statuten, reglementen en eerder gesloten akkoorden met de vakbonden. De gemiddelde arbeidsduur mag bijvoorbeeld niet hoger liggen dan 38 uur per week, omdat dat zo bepaald is in de wet. En de tijdsregistratie wijzigen of afschaffen kan alleen maar door een wijziging in het arbeidsreglement, iets wat volgens de wet enkel kan na overleg met de vakbonden.”

Iedereen op tijd

Voor veel collega’s staat de prikklok synoniem voor een variabele werktijdregeling, waarin je ’s morgens en ’s avonds binnen bepaalde ‘glijtijden’ je eigen begin- en einduur kunt bepalen. Maar dat is niet zo. De prikklok is gewoon een apparaat dat registreert wanneer u aankomt op het werk en wanneer u weer vertrekt. Vele collega’s met vaste uurroosters of in continudiensten moeten ook prikken; zij doen dat om te bewijzen dat ze op het juiste uur aanwezig waren. En heel wat collega’s met glijdende uren hebben geen prikklok op hun werkplek, waardoor ze hun uren op een andere manier moeten bijhouden.

De prikklok bestaat al meer dan dertig jaar binnen sommige overheidsdiensten, oorspronkelijk om te controleren of iedereen wel tijdig op het werk was. “De controle was toen nog eenvoudig”, herinnert administrateur-generaal van het Agentschap voor Overheidspersoneel Frans Cornelis zich. “Iedereen moest op een vast uur beginnen en stoppen, en op hetzelfde moment pauzeren.

Als je toch van die vaste uren wou afwijken, hing je volledig af van de goodwill van je baas. Toen begin jaren 80 het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap werd opgericht, besloot men dat de personeelsleden niet zo afhankelijk mochten zijn van hun chef. Bovendien maakte toen het idee opgang dat het beter is om het start- en eindmoment van alle ambtenaren te spreiden. Omdat zo het verkeer tijdens de spitsuren meer gespreid kan worden, en omdat het toelaat om werk en gezin gemakkelijker te combineren. Daarom werden vanaf toen variabele werktijdregelingen ingevoerd. Tegelijk werd de prikklok, waar mogelijk, veralgemeend als controlesysteem.” Vandaar misschien de verwarring tussen beide termen?

“Voor sommige mensen zal tijdsregistratie altijd relevant blijven”, besluit Frans Cornelis, “omdat zij daarin een houvast vinden, een bevestiging dat ze doen wat van hen verwacht wordt. Andere mensen zullen zich beter voelen bij een prestatiemeting, omdat ze daarmee kunnen bewijzen welk werk ze leveren. Je kunt daarom niet klakkeloos het ene systeem boven het andere plaatsen. De beste garantie dat mensen goed werken, krijg je niet door op een bepaald controlesysteem te focussen. Je moet zorgen voor een positief arbeidsklimaat. Wie zich op het werk goed voelt en goed kan samenwerken met zijn baas en collega’s, zal vanzelf goed werk afleveren.”


Getuigenis:

op de prikklok: - 3

“Ik wil liever vroeger naar huis, boodschappen doen en ’s avonds thuis voortwerken.”

Edwin KindermansEdwin Kindermans (47) IT-verantwoordelijke bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten

“Mijn trein heeft tegenwoordig vaak een kwartier vertraging, en dat merk je ook aan mijn prikkloksaldo. Gewoonlijk ben ik hier om halfnegen, maar nu dus iets later. Als ik ’s avonds nog ga joggen, ben ik alweer weg rond halfvijf, op andere dagen blijf ik gemakkelijk tot vijf uur. Ik ben geen voorstander van het huidige systeem. Het prikken en regulariseren vind ik eerder vervelend, en de glijdende uren zijn niet voldoende om werk en privé écht op elkaar af te stemmen. Als ik ’s avonds thuiskom, zijn de winkels meestal al gesloten. Het zou veel beter zijn als ik vroeger in de namiddag al naar huis zou kunnen gaan om mijn boodschappen te doen, en als ik ’s avonds thuis zou kunnen voortwerken. Van mij mogen ze gerust het prikken afschaffen en een nog flexibeler systeem in de plaats zetten.”


Getuigenis:

op de prikklok: + 10

“Zullen ambtenaren die niet meer hoeven te prikken, nog wel voldoende bereikbaar zijn?”

Myriam verbekenMyriam Verbeken (38), communicatiemedewerker bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap

“Sinds ik deeltijds werk, is mijn saldo overuren gestegen. Vroeger had ik maximaal één à twee uurtjes overschot. Als ik wat overuren had, ging ik tussen de middag wat langer buiten. Maar doordat ik nu drie vijfde werk, moet ik veel vaker een tandje bij steken om alles rond te krijgen, ten koste van mijn middagpauzes. Ook ’s avonds blijf ik af en toe wat langer, zelfs tot zes uur. Zes jaar geleden werkte ik nog in de privé, en het verschil is echt frappant. Daar moest ik me elke keer verantwoorden als ik tien minuten te laat was. Met de prikklok en de glijdende uren krijg ik nu de kans om met mijn werkuren te schuiven, terwijl alles toch correct wordt bijgehouden. Ik begrijp dan ook niet hoe ze het afschaffen van de prikklok praktisch zouden organiseren. En ik merk dat ook mijn vrienden zich daar zorgen om maken. Zullen ambtenaren die niet meer moeten prikken, nog wel bereikbaar zijn voor de burger?”


Getuigenis

op de prikklok: + 2

“De glijtijden zijn ruim genoeg om werk en gezin te kunnen combineren.”

Bert VananderoyeBert Vananderoye (28) personeelsmedewerker bij het Agentschap voor Binnenlands Bestuur

“Ik vind niet dat de prikklok je vrijheid beperkt. Integendeel, ze geeft net veel meer vrijheid, zeker als de prikklok gekoppeld is aan een systeem met variabele uurroosters. Met dit systeem kun je ’s middags bijvoorbeeld wat langer in de zon blijven zitten, terwijl je goed kunt bijhouden hoeveel werktijd je nadien moet inhalen. Als ikzelf wat tijd in te halen heb, begin ik mijn werkdag gewoon een halfuurtje vroeger, om acht uur. Op andere dagen begin ik rond halfnegen. ’s Avonds ben ik steeds rond vijf uur weg, om mijn vrouw en dochtertje op te halen. Dat is telkens in een kwartiertje gefikst. Het helpt natuurlijk dat we allebei in dezelfde streek werken. Voor mij zijn de glijtijden dus wel ruim genoeg.”


Getuigenis

op de prikklok: + 350

“Als ik de ene dag doorwerk tot zeven uur, vertrek ik een andere dag om vier uur.”

Greet PaulissenGreet Paulissen (43) behandelt subsidiedossiers voor het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed

“Ik heb veel overuren, maar die zijn niet allemaal ineens opgebouwd. Per week is dat gemiddeld maar één of twee uurtjes meer. Soms blijf ik tot na zeven uur doorwerken, bijvoorbeeld als ik een lastig subsidiedossier wil afronden. Ik hou er niet van om dat half afgewerkt te laten liggen tot de volgende dag. Maar dan probeer ik op een andere dag om vier uur te vertrekken. Ik heb geen enkel bezwaar tegen de prikklok. Je mag ze niet verwarren met de beoordeling van je werk. De prikklok geeft je gewoon een objectieve basis om met glijdende uren te werken. En glijdende uren geven je vrijheid. Je kunt, binnen zekere grenzen, spelen met je middagpauze, met je begin- en einduur … Stel je voor dat we nog steeds met vaste uren zouden werken: zou ik dan elke dag alles om vijf uur stipt moeten laten vallen?”


Maar vijf procent negatieve reacties

Prikklokvrij werken

“Collega’s zonder prikklok kregen een groter gevoel van verantwoordelijkheid.” Kirsten LibbrechtLang niet iedereen binnen de Vlaamse overheid moet bij een prikklok passeren. In de meeste hoofdzetels en grote gebouwen zijn wel prikklokken geïnstalleerd. Maar er zijn ook collega’s die elke dag moeten in- en uittekenen op een presentielijst. Dat is bijvoorbeeld het geval voor vele collega’s in (kleinere) buitendiensten, maar ook in sommige hoofdzetels, zoals in het hoofdkantoor van Bloso. Het kan ook futuristischer, zoals bij de VDAB, waar ze later op het jaar een aanwezigheidsregistratie via het intranet op poten willen zetten. En er zijn nog andere manieren om te controleren of u uw werk wel doet. In de stelplaatsen van De Lijn houdt de zogenaamde ‘koerman’ in het oog of alle bussen en trams wel op tijd uitrijden. Blijft een bepaalde bus geparkeerd staan, dan weet de koerman ook meteen welke chauffeur niet is komen opdagen. Het begin- en einduur van elke chauffeur wordt trouwens ook bijgehouden door het prodatasysteem - het gele ontwaardingsapparaat voor uw vervoerbewijs.

Twee jaar geleden liep in het toenmalige departement Algemene Zaken en Financiën (nu: Departement Bestuurszaken) een proefproject ‘afschaffing prikklok en resultaatgericht leidinggeven’. 37 collega’s die al jaren hun aanwezigheid met de prikklok moesten registreren, kregen gedurende zes maanden de kans om dat niet meer te doen. Ze werden niet langer gecontroleerd op hun aanwezigheid, maar op de resultaten die ze behaalden - of ze hun taken goed hadden uitgevoerd dus.

“Dat systeem bleek erg goed te werken”, vertelt Kirsten Libbrecht van het team Anders Werken van het Agentschap voor Overheidspersoneel, die ook deelnam aan het project. “De meeste deelnemers ervoeren dat er meer rekening gehouden werd met hun prestaties, terwijl niemand de indruk had dat de werklast verhoogd was. Een op drie had een groter gevoel van vertrouwen en van verantwoordelijkheid voor zijn werk gekregen. 68 procent van de deelnemers was er na het proefproject dan ook voor te vinden om prikklokvrij te blijven werken. Slechts 5 procent bleef er negatief tegenover staan.”

Hoewel de deelnemende leidinggevenden unaniem positief waren over het prikklokvrij werken, is het project niet verlengd. Al bestaan er wel een paar kleine teams waar de personeelsleden in de praktijk niet meer hoeven te prikken van hun baas. Maar over een algemene invoering is er met de vakbonden geen akkoord bereikt. Bijvoorbeeld omdat er nog geen sluitend systeem is om alle personeelsleden ‘resultaatgericht’ te beoordelen.


Hoe flexibel werkt Vlaanderen?

Twee op de drie Vlaamse loontrekkenden werken nog steeds met vaste uurroosters, met steeds dezelfde beginen einduren op steeds dezelfde dagen. Slechts een derde heeft een of ander ‘wisselend’ uurrooster, bijvoorbeeld in een ploegenstelsel of met variabele uurroosters. In slechts een kwart van die gevallen gaat het om uurroosters waarin de werknemers zelf hun uren kunnen bepalen. Dat blijkt uit de Enquête naar Arbeidskrachten voor 2005 van het Steunpunt Werk en Sociale Economie.

Bij de overheidsdiensten hebben contractuelen minder vaak wisselende uurroosters (28,9%) dan statutairen (34,3%). Bovendien kunnen contractuelen met wisselende uurroosters hun uren minder vaak zelf bepalen (25,7%) dan hun statutaire collega’s (30,8%).


De meest gebruikte systemen binnen de Vlaamse overheid

Aanwezigheidsregistratie

Prikklok

  • Elektronisch apparaat dat de aanwezigheid op het werk meet.
  • Bij binnen- en buitengaan houdt u een kaart of badge bij het apparaat of voert u een code in.
  • Uw tijdstip van vertrek en aankomst wordt op een computer opgeslagen.
  • Vooral voor collega’s in hoofdzetels of grote kantoorgebouwen.

Presentielijst

  • Papieren lijst om de aanwezigheid op het werk te registreren.
  • U moet nauwkeurig noteren wanneer u aanwezig bent op het werk en wanneer niet.
  • Vooral voor collega’s die in gebouwen werken waar geen prikkloksysteem is - voornamelijk kleinere gebouwen en buitendiensten.

Uurroosters

Variabele werktijdregeling

  • U kunt uw werktijd in zekere mate aanpassen aan uw eigen behoeften.
  • Gedurende een bepaalde stamtijd (bv. van 9.15 tot 16 uur) moet u aanwezig zijn op het werk.
  • Binnen de glijtijden (bv. van 7.30 tot 9.15 uur en van 16 tot 19 uur) kunt u, in overleg met uw baas, zelf kiezen wanneer u aankomt en vertrekt.
  • U moet over de verschillende dagen en weken heen wel uw gemiddelde aantal werkuren presteren (bv. 38 uur per week).
  • Is meestal gekoppeld aan een prikkloksysteem, om het precieze saldo aan werkuren te berekenen.
  • Vooral voor collega’s die hun taken niet op een bepaald uur hoeven te beginnen en te beëindigen.

Vaste werktijdregeling

  • De werkgever bepaalt op welke uren u aanwezig moet zijn op het werk. U kunt moeilijk van die uren afwijken.
  • Als u toch langer moet werken, krijgt u meestal inhaalrust of overloon.
  • Een variant vormen de ploegenstelsels, waarin collega’s elkaar opvolgen in verschillende ploegen of shifts. In de meeste ploegenstelsels krijgt u niet steeds dezelfde shift toegewezen.
  • Vooral voor collega’s die vanwege hun taken niet zomaar hun begin- en einduur kunnen bepalen, bijvoorbeeld omdat ze in continudienst werken of in contact komen met het publiek. Denk ook aan telefonisten, onthaalpersoneel, schoonmaak- en keukenpersoneel, chauffeurs, sommige arbeiders in buitendiensten …

 

Pagina afdrukkenTip een collega over deze pagina
Gepubliceerd op 13 november 2008. Laatst gewijzigd op 13 november 2008