ga naar de navigatie ga naar de inhoud

Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.

Magazine voor het Vlaamse overheidspersoneel
 

Dertien nr 12 Blikvanger

Openheid over lonen

Wat verdient uw baas?

 

 portefeuille met geld  man met das
Droomt u er niet van om eens stiekem op het loonbriefje van uw baas te kijken? Zeker nadat de topambtenaren in juli vorig jaar een fikse loonsverhoging kregen? Surf dan snel naar www.vlaanderen.be/arbeidsvoorwaarden, de nieuwe website over het beloningsbeleid van de Vlaamse overheid. De bedoeling van de site is om voor alle geïnteresseerden, zowel binnen als buiten de Vlaamse overheid, meer openheid te scheppen over onze lonen en arbeidsvoorwaarden, van de top tot de laagste ambtenaar. Al is op de site nu ook weer niet alles te vinden. 13 keerde de nieuwe site ondersteboven en zocht voor u uit hoeveel uw hoogste baas nu eigenlijk verdient. In de meeste gevallen blijkt dat op 3700 tot 4500 euro netto per maand neer te komen.

door Maarten De Gendt

Ronny
“De verhouding tussen het hoogste en het laagste loon binnen de Vlaamse overheid was de voorbije decennia steeds kleiner geworden”
Ronny Verstraete, adviseur beloningsbeleid van het Departement Bestuurszaken
Bruto verdienen de bazen iets tussen de 100.000 en 133.000 euro per jaar, zonder eventuele prestatietoelage. Voor een gewone ambtenaar is het toch slikken als hij zulke astronomische bedragen hoort. “Akkoord, bedragen boven 100.000 euro klinken enorm”, geeft Ronny Verstraete, adviseur beloningsbeleid van het Departement Bestuurszaken, toe. “Maar je moet dat in perspectief plaatsen. Het laagste brutostartbasissalaris in onze organisatie is iets meer dan 21.000 euro, voor een nieuw personeelslid met salarisschaal D111 - dat is inclusief standplaatstoelage, vakantiegeld en eindejaarstoelage. Alle andere lonen liggen daar ergens tussenin.”

“Bovendien gaat van de brutobedragen van de topambtenaren een veel groter deel af aan bijdragen voor de sociale zekerheid en bedrijfsvoorheffingen. Het grootste deel van hun basissalaris en mandaattoelage valt in de hoogste belastingschijf en wordt momenteel dus tegen 50 % belast, terwijl de meeste andere personeelsleden met hun inkomen in de lagere belastingschalen blijven. De andere toelagen van de topambtenaren, zoals eindejaarstoelage en eventuele prestatietoelage, worden zelfs nog meer belast. Netto houdt de top dus een pak minder over. Uiteindelijk zien de meeste topambtenaren maandelijks een nettobedrag tussen de 3700 en 4500 euro op hun bankrekening verschijnen.

Zonder vakantiegeld en eindejaarstoelage, maar met mandaattoelage meegeteld.” Tot zo ver de theorie. In de praktijk blijken sommige bazen toch meer te verdienen. Omdat ze niet onder het raamstatuut vallen bijvoorbeeld, en geen rekening moeten houden met de salarisschalen die daarin staan. De gedelegeerd bestuurder van de VITO bijvoorbeeld zit een paar salarisbanden hoger dan vele collega-topambtenaren. Maar ook de topambtenaren die wel onder het raamstatuut vallen, verdienen soms toch meer dan wat de theorie voorschrijft. Een voorbeeld: er zijn nog een aantal topambtenaren die twee jaar geleden, voor de BBB-hervorming, in de salarisschaal A411 bezoldigd werden, hoger dus dan de salarisschaal A311. Maar bij de BBB-hervorming is afgesproken dat niemand financieel verlies mag lijden. Daardoor mocht iedereen die voordien een hoger loon had, dat vroegere loon behouden.

Wat blijft er geheim?

Daarover zult u trouwens niks terugvinden op de nieuwe website over het beloningsbeleid. Dat komt omdat daar enkel de arbeidsvoorwaarden voor de functie bekendgemaakt worden, maar niet voor de individuele functiehouder. Op de site staat dus enkel wat je volgens de regels van het personeelsstatuut verdient in een bepaalde functie. Voor hen die hun A4-loon hebben mogen houden, vindt u op de site dus enkel hun reglementaire A3-loon terug. Hetzelfde gebeurt bij een handvol zogenaamde ‘hooggekwalificeerde functies’ die over hun loon kunnen onderhandelen - denk bijvoorbeeld aan de ICT-manager van de Vlaamse overheid. De website vermeldt enkel in welke salarisschaal hun job officieel valt, niet welke extra’s ze eventueel in hun onderhandelingen hebben bedongen. Enkel voor hooggekwalificeerde functies waarvoor geen officiële salarisschaal is vastgesteld, zoals de topsportmanager, is op de site wel het reëel onderhandelde loon gebruikt.

De oorspronkelijke bedoeling van de website was nochtans om zo open mogelijk te zijn over de Vlaamse toplonen. Individuele bedragen noemen kon echter niet vanwege de privacy. De initiatiefnemers wisten dat, en dokterden daarom een systeem uit met ‘salarisbanden’. Dat wil zeggen dat u een minimum- en een maximumbedrag te zien krijgt waartussen het loon zich ergens bevindt. Maar op de valreep werd zelfs dat systeem nog wat afgezwakt, en besliste de regering om niet het individuele loon van de functiehouder in een salarisband te plaatsen, maar enkel het reglementaire loon van de functie.

Is dat dan geen gemiste kans? “Zo doe je de transparantie weer teniet waar ze zich net het meest zou kunnen bewijzen”, beaamt Verstraete. “Maar er zijn ook begrijpelijke redenen voor. Bijvoorbeeld om op de site ook gegevens te kunnen tonen voor functies die - tijdelijk - niet ingevuld zijn. Of om toekomstige loononderhandelingen niet te bemoeilijken: welke sollicitant zal zich tevreden stellen met minder als hij weet dat zijn voorganger veel meer kreeg?”

U zult op de website dan ook weinig variatie opmerken tussen de hoogste topfuncties. Boeiende uitzonderingen zijn de topambtenaren van entiteiten die niet onder het Vlaams Personeelsstatuut vallen, zoals De Lijn, Jobpunt Vlaanderen, LRM, PMV … Hun arbeidsvoorwaarden kunnen sterk verschillen en daar was tot nu toe niet zoveel over geweten.

De burger als aandeelhouder

Waarom komt er nu eigenlijk meer openheid over de lonen? Het balletje ging precies twee jaar geleden aan het rollen, toen voormalig staatssecretaris voor Overheidsbedrijven Bruno Tuybens onverwachts de individuele lonen van enkele topmanagers in federale overheidsbedrijven bekendmaakte.

Kort daarna kondigde Vlaams minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois aan dat ook hij de lonen van het overheidspersoneel openbaar wou maken. Maar dan op een meer omvattende en structurele manier, via een website.

Tomp Somers
“Is het niet logisch dat je aan de burger vertelt wat er met zijn belastinggeld gebeurt?”

Tom Somers, raadgever kabinet minister Bourgeois
Volgens Tom Somers van het kabinet van minister Bourgeois volgt de overheid gewoon een trend uit de private sector. “Als overheid kunnen we niet achterblijven tegenover de bedrijfswereld”, zo stelt hij. “De trend is overgewaaid uit de Angelsaksische landen, waar men het heel normaal vindt om het loon van de CEO bekend te maken. Bij ons kwam het in een stroomversnelling na schandalen zoals in de zaak Picanol. Aandeelhouders, die heel wat geld in een bedrijf steken, beginnen zich af te vragen of hun geld nog wel goed besteed wordt, en vragen daarom openheid over hoeveel er naar de bedrijfsleiding vloeit. Bij de overheid vervullen de belastingbetalers de rol van de aandeelhouder. Is het niet logisch dat je aan de burger duidelijk vertelt wat er met zijn belastinggeld gebeurt? Enkel door publieke verantwoording en openbaarheid krijg je als overheid genoeg legitimiteit om eenzijdig maatregelen te nemen en een beleid te voeren dat gevolgen heeft voor elke burger of onderneming.”

Extralegale pensioenen verzamelen

Meer informatie over extralegale pensioenen, laptops, gsm’s, representatievergoedingen of opzegvergoedingen zult u trouwens ook niet terugvinden op de website. Maar ze worden wel op één punt verzameld bij het Departement Bestuurszaken, om in de toekomst een coherenter beloningsbeleid te kunnen voeren. Tom Somers: “Kun je je voorstellen dat we tot nu toe nergens een overzicht hadden van alle arbeidscontracten binnen de Vlaamse overheid? Dat is nochtans essentieel om excessen te vermijden bij de personeelsleden die individueel over hun loon kunnen onderhandelen. Als we al die afzonderlijke loonafspraken waarover onderhandeld is, naast elkaar kunnen zetten, dan zien we meteen of er niemand tussenzit van wie de loonkosten eigenlijk niet te verantwoorden zijn. Ik denk niet dat je op dit moment veel excessen zult vinden binnen de Vlaamse overheid, maar je kunt beter voorbereid zijn op eventuele onrealistische loononderhandelingen in de toekomst. Dat past volledig in het integriteitsbeleid dat de Vlaamse overheid voert: je werkt met geld van de gemeenschap, dus je moet verantwoorden waar het geld heen gaat en je mag het zeker niet over de balk gooien.”

Zes keer meer

Valt het dan te verantwoorden dat onze topambtenaren in juli vorig jaar een mooie loonsverhoging kregen? Ronny Verstraete beweert van wel. “De loonspanning, of de verhouding tussen het hoogste en het laagste loon binnen de Vlaamse overheid, was de voorbije decennia steeds kleiner geworden. Een jaar geleden bedroeg de brutoloonspanning 5,17. Dat betekent dat een topambtenaar in de hoogste salarisschaal 5,17 keer meer verdiende dan een collega met het laagste loon. Met de verhoging van de toplonen in de zomer van vorig jaar is die loonspanning gestegen naar 6,28. Sommigen vinden dat het nog meer mag zijn, anderen vinden dat het gerust minder kan. Maar in vele andere overheden verdient de top ook zes tot acht keer meer dan de laagste lonen.”

De loonsverhoging van onze top is er niet zomaar gekomen. Er ging een uitgebreid marktonderzoek aan vooraf. De lonen van onze topambtenaren werden daarin vergeleken met de toplonen in andere Belgische en internationale overheden en in de Belgische privésector. Maar omdat topfuncties niet overal even zwaar zijn en evenveel verantwoordelijkheid met zich brengen, moesten ze eerst in vergelijkbare klassen worden onderverdeeld.

Verstraete vertelt hoe dat in zijn werk is gegaan. “In 2005 zijn alle topfuncties in vier klassen verdeeld. Met de BBB-hervorming zijn er immers meer topambtenaren bij gekomen, maar niet elke functie aan de top is even zwaar. Een mastodont als De Lijn is bijvoorbeeld heel wat moeilijker te bestieren dan een agentschap met slechts twintig personeelsleden. Daarom zijn de 74 hoogste functies, de zogenaamde n-functies, in vier klassen verdeeld, van de minst zware klasse A tot de zwaarste klasse D.” Op de site www.vlaanderen.be/beloningsbeleid kunt u trouwens de classifi catie voor elk van die topambtenaren terugvinden. Ook voor uw hoogste baas dus.

Minder dan de markt

Zodra alle functies in klassen waren verdeeld, startte Verstraete met het marktonderzoek. “Voor elk van de vier klassen van Vlaamse topambtenaren gingen we op zoek naar vergelijkbare functies bij andere overheden en in de privé. We kwamen, niet onverwacht, tot de conclusie dat het basissalaris van de Vlaamse topambtenaren zich bij elke vergelijking steeds in de laagste regionen bevond. In de vergelijking met privébedrijven bleken enkel onze topambtenaren uit de laagste klasse A een marktconforme beloning te krijgen: in ruim één op de vier Belgische bedrijven lag het loon van vergelijkbare managers even hoog of zelfs lager dan bij ons. Alle andere Vlaamse topambtenaren bleken minder te verdienen dan hun collega’s uit de privé. Ook in vergelijking met andere Belgische overheden en met de overheden van onze buurlanden stonden de Vlaamse toplonen achteraan in de rangorde. Let wel: we hebben enkel het basissalaris vergeleken; extra’s zoals dienstwagens en dergelijke konden we niet in de vergelijking opnemen.”

Op basis van die vergelijkingen werd een nieuwe beloning voorgesteld voor de Vlaamse topambtenaren. Bedoeling was om de Vlaamse toplonen op te trekken naar het veel voordeliger niveau van de federale overheid. “De salarisschaal A311 bleef behouden, maar alle topambtenaren kregen er een mandaattoelage bij”, verduidelijkt Verstraete. “Die ligt tussen 8900 en 28.300 euro, afhankelijk van de zwaarte van de functie. De mandaattoelage kun je dus als de eigenlijke loonsverhoging beschouwen.”

Mexicaans leger

Inspecteur van Financiën Leo Pauwels sprak nochtans vernietigende woorden in zijn advies over verhoging van de toplonen. Hij sprak over “de graaicultuur van het moderne topmanagement” en de “zelfbedieningsmentaliteit aan de top van een Mexicaans leger” en vergeleek het nieuwe beloningsbeleid met “typisch Afrikaanse toestanden”.

Ongepaste bewoordingen, zo was de algemene teneur in de reacties. Verstraete duidt: “Zijn kritiek was op een aantal verkeerde vooronderstellingen gebaseerd. We hebben bijvoorbeeld nooit vergeleken met de hoogste federale lonen, zoals de inspecteur begrepen had. Momenteel heeft geen enkele Vlaamse topambtenaar een even zware functie als de best betaalde federale topambtenaren.”

Federaal en privé

Het basissalaris in de zwaarste klassen van Vlaamse topambtenaren, die van klasse C en D, is nog steeds minder dan het basissalaris van hun federale collega’s in een vergelijkbare functie. Maar de minder zware topfuncties bij de Vlaamse overheid, klasse A en B, verdienen nu opmerkelijk meer dan hun federale evenknieën.

Ook in vergelijking met de privé doen onze minder zware topfuncties het beter. Vlaamse topambtenaren uit de laagste klasse, klasse A, krijgen nu een hoger loon dan de helft van vergelijkbare managers uit de privé. Klasse B is ook marktconform geworden en zit op of boven het loon van vergelijkbare managers in bijna een kwart van de Belgische bedrijven. De Vlaamse toplonen in de zwaardere klassen C en D blijven onder het niveau van de vergelijkbare toplonen in privébedrijven. “Een verhoging van de toplonen in de minst zware klassen was volgens mij eigenlijk niet meer nodig, tenminste niet met het oog op marktconformiteit”, geeft Verstraete nog mee. “Maar men heeft hen uiteindelijk toch een toelage gegeven om de mandaatverantwoordelijkheid te belonen en om toch nog een verschil aan te brengen tussen de vier functieklassen van de topfuncties.”


 

Het loonzakje van de baas

We maken even de rekensom voor de zogenaamde n-functies (secretarissen-generaal, administrateurs-generaal, gedelegeerd bestuurders en projectleiders). Althans die welke onder het Vlaams Personeelsstatuut vallen, ook wel gekend als het raamstatuut. Zo’n 90 procent van alle Vlaamse topambtenaren dus.

Hun salaris komt uit de salarisschaal A311 en bedraagt momenteel iets tussen 91.000 en 105.000 euro per jaar, inclusief het vakantiegeld (92 % van een maandloon) en de eindejaarstoelage (53 % van een maandloon), afhankelijk van het aantal jaren geldelijke anciënniteit. Daarbovenop krijgen alle topambtenaren sinds juli 2007 een vaste mandaattoelage. Die krijgen ze omdat ze niet meer vastbenoemd zijn in hun functie, maar slechts een mandaat van zes jaar hebben. De hoogte van de mandaattoelage hangt af van de zwaarte van de functie, en ligt tussen 9000 en 28.000 euro bruto per jaar. In totaal krijgen de bazen nu dus een bedrag tussen 100.000 en 133.000 euro bruto per jaar (inclusief vakantiegeld, eindejaarstoelage en mandaattoelage).

Daar kan ieder jaar nog een prestatietoelage (of managementtoelage) bovenop komen voor de topambtenaren die heel goed gewerkt hebben. De prestatietoelage bedraagt maximaal 20 % van het jaarloon, en kan voor de best betaalde topambtenaar oplopen tot maximaal 24.000 euro bruto. Al heeft tot nu toe nog geen enkele topambtenaar die hoogste prestatietoelage gekregen: in de praktijk is een prestatietoelage van 5 tot 10 % het meest gebruikelijk.

Naar begin van document Naar begin van document

 



 

Onze topambtenaren over het loon

Hubert Bloemen“Ik vind mijn loon eigenlijk te hoog als ik het vergelijk met andere lonen in mijn agentschap. Ik heb er geen scrupules over om te zeggen dat iemand meer mag verdienen dan de administrateur-generaal als die iets gedaan heeft wat maatschappelijk een enorm voordeel oplevert. In mijn eigen agentschap kan ik zo een hele rist medewerkers bedenken voor wie een hoger loon zeker terecht zou zijn.”
Hubert Bloemen, administrateur-generaal van Inspectie RWO (Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid, Onroerend Erfgoed)

Kristel Gevaert“Ik vind het niet nodig om alle lonen bekend te maken. Mensen kijken vaak alleen maar naar de cijfertjes en vinden algauw dat onze top lonen te hoog zijn, ook al zijn ze nog steeds niet volledig vergelijkbaar met die van kaderfuncties in de privé. Anderzijds merk ik ook dat mensen me niet benijden als ze zien hoeveel uren ik voor mijn loon moet werken, zowel in de week als tijdens het weekend.”
Kristel Gevaert, administrateur-generaal van het Agentschap voor Facilitair Management

Carla Galle“Dat de lonen in een publieke functie bekendgemaakt worden, vind ik niet meer dan normaal. Niet de lonen van de topambtenaren, maar die van het middenkader en gespecialiseerde functies zoals informatici zijn volgens mij te laag bij de Vlaamse overheid. Het is bijna onmogelijk om nog competente afdelingshoofden, teamhoofden en experten aan te trekken en vooral om ze te behouden, omdat zij in de privé veel meer kunnen verdienen.”
Carla Galle, administrateur-generaal van BLOSO

Chris Vander Auwera“Transparantie is een goede zaak. Zeker als er voorzichtig mee omgesprongen wordt: op de website worden eigenlijk nog niet zo veel gegevens bekendgemaakt. Ik vind trouwens dat we zeker niet slecht verdienen. Ik zeg altijd: als je evenveel wilt krijgen als in de privé, dan moet je maar in de privé gaan werken ook.”
Chris Vander Auwera, administrateur-generaal van Zorg en Gezondheid

Marleen Evenepoel“Als je kijkt naar onze verantwoordelijkheid en tijdsbesteding, vind ik de verhoging van de toplonen een goede zaak. Al moet er volgens mij nog wat gesleuteld worden aan de weging van de topfuncties in klassen. Die is niet altijd even consistent.”
Marleen Evenepoel, administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos

Naar begin van document Naar begin van document

 



 

Ook uw eigen loon bekend

enter en eurotoetsElke functie uit het top- en middenkader krijgt op de website www.vlaanderen.be/arbeidsvoorwaarden een afzonderlijke informatiefiche waarop u meer te weten komt over het loon, de toelagen en enkele andere arbeidsvoorwaarden. Het gaat om de zogenaamde n-functies (secretarissen-generaal, administrateursgeneraal en gedelegeerd bestuurders), de n-1-functies (zoals afdelingshoofden), en de algemeen directeurs die tussen die twee niveaus in zitten. Ook projectleiders en contractuele personeelsleden wiens jaarsalaris minstens even hoog is als een n-1-functie, krijgen een eigen informatiefiche.

Salarissimulator

Maar ook over alle andere arbeidsvoorwaarden is er heel wat informatie samengebracht op de website: salarisschalen, toelagen, verlofstelsels, sociale voordelen … Het gaat wel enkel over de arbeidsvoorwaarden van wie onder het raamstatuut valt. Driekwart van de lezers van 13 dus.

Bovendien staat er op de site een berekeningstool. Daarmee kunt u berekenen wat uw nettoloon zou zijn in een bepaalde functie bij de Vlaamse overheid. Beloningsadviseur Ronny Verstraete van het Departement Bestuurszaken geeft tekst en uitleg: “Iedereen kan onze salarisschalen terugvinden in het Belgisch Staatsblad, maar het vergt redelijk wat puzzelwerk om daar een nettoloon uit te puren. De salarisschalen zijn niet-geïndexeerde brutojaarbedragen. Je moet dus de juiste salarisschaal eruit halen, correct indexeren en vervolgens nog berekenen welk bedrag voor RSZ-bijdragen en bedrijfsvoorheffing eraf gaat. Ik ken niet veel mensen die de moed hebben om aan dat gepuzzel te beginnen. De berekeningstool op onze website, die door het Departement Bestuurszaken is ontwikkeld, neemt al dat werk over. Je kunt ook spelen met je anciënniteit of met je gezinssituatie om te ontdekken welke invloed dat heeft op je loon. Wie geïnteresseerd is in een job bij de overheid, kan dankzij onze tool meteen simuleren wat hij netto zou verdienen in die job. Maar ook personeelsleden die naar een andere job willen solliciteren of doorgroeien, kunnen met de tool meteen berekenen wat hun ambities financieel betekenen.”

Voor wie er nog niet gerust in was: uw individuele nettoloon wordt dus niet met naam en toenaam bekendgemaakt. Een websitebezoeker zou al uw leeftijd, anciënniteit, salarisschaal en gezinssituatie tot in de details moeten kennen, om te berekenen wat u precies verdient.

Prestatietoelagen

Om ook de rook om de prestatietoelagen (managementtoelagen en functioneringstoelagen) en de projectleiderstoelagen te laten verdwijnen, zijn er vorig jaar afspraken gemaakt om daarover meer informatie vrij te geven. Niet op de website, maar wel intern bij alle collega’s van de eigen entiteit, vertelt Verstraete. “Ieder personeelslid heeft op zijn minst het recht om een lijst in te kijken met de namen van alle collega’s van zijn entiteit die een prestatietoelage of projectleiderstoelage ontvangen. Op de lijst staat niet het exacte bedrag van de toelage, maar wel om hoeveel procent van het jaarsalaris het gaat.” Ook dat geldt enkel voor de collega’s die onder het raamstatuut vallen.

Naar begin van document Naar begin van document


 

 

Pagina afdrukkenTip een collega over deze pagina
Gepubliceerd op 5 mei 2008. Laatst gewijzigd op 11 mei 2010