ga naar de navigatie ga naar de inhoud

Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.

Magazine voor het Vlaamse overheidspersoneel
 

Dertien nr 1 Blikvanger

De innerlijke kracht

Moeder... waarom werken wij hier?

door Maarten De Gendt & Frank Willemse

Ludwi De Bruyn met leeuwenvlag
“Vooral de zekerheid van een vaste job spreekt mij aan. Een overheid kan niet failliet gaan.” Ludwig De Bruyn (37) is administratief medewerker bij het Departement Internationaal Vlaanderen.

“Mensen werken niet zomaar voor de overheid. Ze hebben daar specifieke redenen voor”, zegt professor Annie Hondeghem van het Leuvense Instituut voor de Overheid. Zij onderzoekt de ‘motiverende kracht’ om voor de overheid, en niet voor een bedrijf of andere organisatie, te werken. ‘Public service motivation’ heet de innerlijke drang die van een mens een ambtenaar maakt. Ook al wie voor de Vlaamse overheid werkt, heeft ’em. In welke mate en hoe die eruitziet, onderzocht het Instituut voor de Overheid dit voorjaar met een emailenquête bij verschillende departementen en agentschappen. Daarbij werd u de fundamentele vraag gesteld: Moeder, … waarom werken wij hier?

“Er bestaat in Vlaanderen net zoals in de ons omringende landen een specifieke motivatie om voor de overheid te werken. Die motivatie is er al gedeeltelijk wanneer men begint en ze wordt nog versterkt en verfijnd in de organisatie”, zegt professor Hondeghem over het fenomeen ‘public service motivation’. Het begrip komt uit de Verenigde Staten waar volgens onderzoek vier redenen blijken te bestaan om voor de overheid te werken. “Mensen voelen zich op de eerste plaats aangetrokken om mee het beleid te bepalen. Ze stellen ook het algemene boven het individuele belang. Daar willen ze zichzelf zelfs voor opofferen. Of ze kunnen ten slotte gedreven zijn door medeleven met wie het minder goed heeft in de maatschappij.”

Amerika is Europa niet. Dat blijkt uit onderzoek naar de motivaties waarop de administraties in de ons omringende landen draaien. Door geschiedenis en cultuur gekneed is het Franse corps niet de Britse civil service en een Nederlandse bureaucraat geen Duitse beambte. Er blijken meer dan vier redenen te zijn om voor een gemeenschap, een natie, een regering of een democratie te werken. Daarom breidde het Instituut voor de Overheid het aantal specifieke motivaties om ambtenaar te worden uit tot tien. “Potentieel kunnen al die redenen aanwezig zijn bij het Vlaamse overheidspersoneel aangezien de bestudeerde landen een invloed hebben gehad op de vormgeving van de Vlaamse overheid. Wat niet wil zeggen dat ze ook daadwerkelijk allemaal zullen bijdragen tot de motivatie van de Vlaamse ambtenaar”, zegt de professor.

Niet voor het geld

Mensen gaan niet alleen om fundamentele redenen voor de overheid werken, ook andere, meer doordeweekse motieven spelen mee. Zo blijkt uit onderzoek van het Instituut voor de Overheid bij laatstejaarsstudenten dat jonge mensen zich niet zozeer tot de Vlaamse overheid aangetrokken voelen door het geld en de extralegale voordelen, maar wel door andere arbeidsvoorwaarden. “Wie belang hecht aan de kwaliteit van het leven en zijn privéleven wil combineren met zijn werk, vindt zich terug in deeltijds werken en loopbaanonderbreking nemen, een kans op vast werk dicht bij huis, weinig stress, competitie en hectische toestanden ...”, klinkt het.

Motivatie essentieel

Het belang van een specifieke gedrevenheid om voor de overheid te werken mag volgens de professor echter ook niet worden onderschat. “Het is belangrijk ernaar te peilen bij werving en selectie. Personen die de juiste motivatie hebben om voor de overheid te werken, zullen bovendien minder snel opstappen, hun prestaties zullen beter zijn en hun jobsatisfactie hoger. Uit Amerikaans onderzoek blijkt ook dat ze sneller aan de bel zullen luiden als er wat misgaat.

Kortom, een overheid draait beter met mensen van wie de motivatie om er te werken aansluit bij de motivaties van die overheid zelf ”, besluit de professor.


Getuigenissen

 Lucien  Bieke  Ibrahim  Anne
 Lucien Willems  Bieke Helsen  Ibrahim Ndayishimiye  Anne Depré

  • Lucien Willems (42) is wegentoezichter bij het Agentschap Infrastructuur.
  • Bieke Helsen (28) beheert de mediatheek van Toerisme Vlaanderen.
  • Ibrahim Ndayishimiye (26) is schoonmaker bij het Agentschap voor Facilitair Management.
  • Anne Depré (30) is accountmanager bij het Vlaams Agentschap Ondernemen Vlaams-Brabant.

 Mark  Walter  Solange  Willy
 Mark De Maeyer  Walter Josson  Solange De Neef  Willy Sarlée

  • Mark De Maeyer (46) beheert voor vzw De Rand het gemeenschapscentrum De Moelie in Linkebeek.
  • “Ik wil graag de vooroordelen over ambtenaren uit de wereld helpen.”
  • “In mijn job krijg ik veel kansen om me te ontplooien. Alleen jammer dat we weinig promotiemogelijkheden hebben.”
  • Walter Josson (57) geeft advies over gezondheid en milieu bij het Agentschap Inspectie Welzijn en Volksgezondheid.
  • Solange De Neef (47) is receptioniste op het kabinet van minister Vandenbroucke.
  • Willy Sarlée (49) werkt mee aan afvalpreventie bij de OVAM.

 Chafka  Tessa  Frank  Els
 Chafka Chaaban  Tessa Van Der Cruyssen  Frank Van der Jonckheyd  Els Bossuyt

  • Chafika Chaaban (22) is administratief medewerker bij de managementondersteunende diensten van het Departement Onderwijs en Vorming.
  • “Ik voel me omringd door mensen die er alle dagen een betere wereld van proberen te maken.” Tessa Van Der Cruyssen (26) schrijft voor het onderwijsblad Klasse.
  • “Mijn vaste werkuren van 8 tot 4 maken dat ik mij na m’n werk nog professioneel kan bezighouden met mijn passie: karate.” Frank Van der Jonckheyd (44) is ploegbaas en herstelt aangereden bussen en trams bij De Lijn.
  • “Ik kon aan de slag bij de VDAB onmiddellijk nadat ik er een cursus had gevolgd. Van geluk gesproken!” Els Bossuyt (24) verzorgt het onthaal en de administratie in een lokaal VDAB-kantoor.

 Jan  Caroline  Jean-Pierre Lanis  Frederik
 Jan Laureys  Caroline Dumoulin  Jean-Pierre Lanis  Frederik Lambrecht

  • “Bij de overheid kan ik meewerken aan het behoud van de schaarse open ruimte.” Jan Laureys (53) is bodemdeskundige bij de Vlaamse Landmaatschappij.
  • “Ik werk bij de Vlaamse overheid omdat ik er nuttig werk kan verrichten voor de burger en de lokale besturen.” Caroline Dumoulin (42) houdt toezicht op de werking van lokale besturen bij het Agentschap voor Binnenlands Bestuur in West-Vlaanderen.
  • Jean-Pierre Lanis (52) is boswachter bij het Agentschap voor Natuur en Bos.
  • “Als medewerker van een centrale dienst kan ik veel sociale contacten leggen en onderhouden.” Frederik Lambrecht (24) behandelt subsidiedossiers bij het Departement Financiën en Begroting (Financieel Management).

 Evi  Piet  Cindy  Johan
 Evi Bert  Piet Coenen  Cindy Snijders  Johan Van Huylenbroeck

  • Evi Bert (27) beheert bij het agentschap Kunsten en Erfgoed de kunstcollectie van de Vlaamse overheid.
  • “In mijn job kan ik vrij onafhankelijk werken en veel zelf initiatieven nemen.” Piet Coenen (57) is logistiek verantwoordelijke bij het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing.
  • “Ik heb een flexibele job met veel afwisseling en voldoende vakantiedagen.” Cindy Snijders (32) is verpleegkundige bij het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem.
  • Johan Van Huylenbroeck(39) voert onderzoek naar siergewassen bij het Instituutvoor Landbouw- en Visserijonderzoek.

 Anita  Edmond  Freddy
 Anita Van Overwaele  Edmond Alençon  Freddy De Queecker

  • Anita Van Overwaele (60) is bode bij Landbouw en Visserij.
  • Edmond Alençon (40) verzorgt publicaties, beurzen en evenementen voor Syntra.
  • Freddy De Queecker (57) is rattenbestrijder bij de Vlaamse Milieumaatschappij.

 Dirk  Ka  Geert
 Dirk Verlée  Ka Yee Man  Geert Van der Linden

  • “In de privésector werk je voor je eigen bedrijf. In mijn job werk ik voor alle Vlaamse bedrijven.” Dirk Verlée (45) is vertegenwoordiger van Flanders Investment and Trade in Parijs.
  • Ka Yee Man (26) is administratief medewerker bij de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen.
  • “Voor mij telt de inhoud van mijn job, niet de vele voordelen die je bij de overheid hebt.” Geert Van der Linden (48) is erfgoedonderzoeker bij het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed.

Naar begin van document Naar begin van document


Onderzoek Kind en Gezin en Welzijn

“Trots om ambtenaar te zijn”

Algemene resultaten voor de Vlaamse overheid zijn er nog niet, maar uit een eerder onderzoek van professor Annie Hondeghem en haar medewerkers Wouter Vandenabeele en Sarah Scheepers bij Kind en Gezin en de administratie Welzijn blijken de personeelsleden specifieke redenen te hebben om er te werken. ‘Bijdragen tot het beleid’, ‘het realiseren van het algemeen belang’ en ‘medeleven’ beroeren er het sterkst hun motiverende kracht. Opvallende constante is dat de ambtenaren trots zijn dat ze door die waarden worden gedreven.

Professor Hondeghem: “Bij de administratie Welzijn zijn ze meer gedreven om op het beleid te wegen. Ambtenaar zijn wordt er zelfs mee vereenzelvigd. Bij het agentschap Kind en Gezin hebben ze het eerder over ‘medeleven’ - waaruit hulpvaardigheid volgt - als voornaamste reden om voor de organisatie te werken. Bij beide diensten is er een duidelijke afwijzing van het winstdogma dat in het bedrijfsleven heerst en veel aandacht voor een gelijke en democratische behandeling van de klanten en elkaar.” Er blijken trouwens niet zoveel verschillen te zijn in motivatie om voor Kind en Gezin te werken of voor de administratie Welzijn.

De verschillen tussen de binnen- en de buitendiensten zijn veel significanter. “Wie dichter bij het beleid staat, zal ‘wegen op het beleid’ eerder als reden opgeven dan wie dicht bij klanten staat. Die zal eerder medeleven aanhalen als motief om de job te doen die hij doet.” Werken in Gods naam blijkt trouwens geen reden te zijn om te kiezen voor een job bij Kind en Gezin of de administratie Welzijn.

Naar begin van document Naar begin van document


Wat maakt ons Vlaamse ambtenaar?

Niet ons statuut - of we nu vastbenoemd of contractueel zijn - bepaalt of we ambtenaar zijn, maar wel onze innerlijke motivatie om voor de Vlaamse overheid te werken. Welke dat is, moet verder onderzoek duidelijk maken, maar deze experten geven alvast hun visie op onze ziel, op wat ons eigen is!

Frans CornelisFrans Cornelis
Directeur-generaal Personeel en Ontwikkeling
“Wie zeer ik-gedreven is en geen oog heeft voor de samenleving en voor wie het moeilijk heeft, zal geen goede ambtenaar zijn. Men moet ook een ander tijdsbesef hebben dan politici en op lange termijn kunnen werken zonder evenwel tegen het beleid van het moment in te gaan. Je moet dus je eigen opvattingen opzij kunnen zetten. Wat Vlaamse ambtenaren specifiek maakt, zijn onze waarden. Elk op zich zijn ze niet ons alleenrecht, maar samen wel. Je kunt nu eenmaal niet klantgericht zijn als je je niet voortdurend wilt verbeteren, als je niet wilt samenwerken met je collega’s en niet doet wat je zegt te gaan doen. Die gecombineerde ingesteldheid bepaalt onze eigenheid.”

Mireille DezironMireille Deziron
Algemeen directeur Jobpunt Vlaanderen
“Zowel bij het beleid als bij de diensten is de klantgerichtheid - waarbij iedereen gelijk en zonder commerciële bijbedoeling wordt behandeld - sterk gegroeid sinds begin jaren negentig. Net zoals het besef dat ze bij de gratie van de burger bestaan. De tijd van de parafencultuur is ook voorbij. Die heeft plaatsgemaakt voor een giraffencultuur waarbij het mogelijk wordt je nek uit te steken met het oog op het algemeen belang. Wie voor de Vlaamse overheid werkt en wil werken, moet daarvan doordrongen zijn en die ingesteldheid hebben.”

Geert BourgeoisGeert Bourgeois
Vlaams minister van Bestuurszaken
“De moderne Vlaamse ambtenaar is gekwalificeerd, werkt voortdurend aan verbetering, is klantgericht, moet beschikken over verschillende competenties en is zich bewust van het belang van een goed werkende overheid. Zo slaagt hij erin het vertrouwen van de burger - meer dan ooit - te winnen. We zijn er als geheel nog niet helemaal en moeten nog meer de ambitie hebben om bij de top van Europa te geraken. Maar we mogen best fier zijn op waar we nu al staan. Ik ben dat in ieder geval en schreeuw het - waar ik kan - van de daken.”

Annie HondeghemProf. Annie Hondeghem
Instituut voor de Overheid
“Betrouwbaarheid lijkt mij het meest overheidsspecifiek van de waardegebonden competenties die de Vlaamse overheid hanteert. Meer dan samenwerken, klantgerichtheid en zich voortdurend verbeteren. Mensen op een objectieve manier en gelijk behandelen volgens welbepaalde procedures en daarvoor verantwoording kunnen afleggen, is iets wat het personeel van de Vlaamse overheid hoog in het vaandel draagt en hen onderscheidt van wie er niet voor werkt.”

Naar begin van document Naar begin van document


Keuze uit tien dimensies

Zoek uw ziel

vrouwIn de enquête van professor Annie Hondeghem en haar collega Wouter Vandenabeele werden u tegengestelde stellingen voorgelegd als ‘Ik draag vrijwillig en onbaatzuchtig bij tot de samenleving’ en ‘Als iemand veel geld verdient, is hij goed bezig’. Of: ‘Ik heb veel vertrouwen in de politici die de overheid sturen’ en ‘Politiek is een vies woord in mijn ogen’. Op basis van de antwoorden daarop hopen de academici te kunnen besluiten om welke reden u hier werkt. U kunt hier echter ook zelf zien welke reden de uwe is en welke van de tien gevonden dimensies in andere landen uw ambtenarenziel beroert!

1 U wilt de wereld verbeteren. Door dicht bij het politieke leven te staan, wilt u greep krijgen op de maatschappij.

Niet alleen mensen die een beleidsfunctie uitoefenen, halen ‘het ontwikkelen en uitoefenen van het beleid’ aan als reden om voor de overheid te werken. Ook wie een uitvoerende functie heeft, kan zijn werk net daarom willen doen. Onderzoekers vinden die mensen onder meer terug in de Franse, Nederlandse, Britse en Amerikaanse administraties. Opmerkelijk is dat Duitse beambten veel minder op het beleid willen wegen en het meer als hun taak zien om de politiek te verdedigen bij het publiek. Die relatie met politici verschilt trouwens van land tot land en gaat van absolute trouw aan ministers, zoals in Nederland en Duitsland, tot minachting voor politici in het algemeen bij Franse ambtenaren.

2 U stelt het algemeen belang boven het individuele belang. Werken voor een bedrijf of organisatie met winstmotief komt niet bij u op.

Het gevoel van louter verantwoordelijkheid willen dragen voor anderen en heel de maatschappij drijft deze ambtenaren. In Frankrijk uit zich dat zelfs in chauvinisme waarbij het een eer wordt het nationaal belang te dienen. In het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland en de Verenigde Staten is eerder ‘het algemeen welzijn garanderen door publieke dienstverlening’ een reden om bij de overheid te werken. Net als Amerikaanse tonen Nederlandse ambtenaren daarbij een grote burgerzin.

3 U doet het uit medeleven met individuele gevallen. Of uit het besef van de collectieve noodzaak een sociaal beleid te voeren.

Mensen die in de problemen zitten willen helpen. Daar gaat het hier om. Dat gaat van individuele hulpvaardigheid tot brede sociale actie. In de Franse administratie nemen ze de leuze van broederlijkheid letterlijk en zijn progressieve waarden onlosmakelijk verbonden met de ambtenarij. In Nederland komt wel het collectief sociale tot uiting, maar ambtenaren worden er niet door medelijden gedreven. Ook in Groot-Brittannië en Duitsland gaat de motivatie niet verder dan een algemene behoefte aan solidariteit.

4 U bent bereid opofferingen te doen voor de maatschappij. U schuift veel opzij voor anderen. Het is zoals een roeping.

Mensen worden ambtenaar omdat ze hun eigen persoonlijke belang ten dienste willen stellen van een groter goed. Puur altruïsme is het. Ze doen extra inspanningen zonder daarvoor extra betaald te worden en werken harder dan nodig. In Frankrijk kan ambtenaar zijn met die motivatie zelfs iets heroïsch krijgen. Ook in Groot-Brittannië is dat het geval en is er zelfs sprake van een roeping.

5 U wordt gedreven door een religieus of moreel motief om voor de overheid te werken.

Zowel in Frankrijk als Nederland blijft de heersende religieuze moraliteit - respectievelijk katholiek en protestants - het karakter van de ambtenaar bepalen. Religie bepaalt mee de aard van de overheid en wie ervoor werkt. Ook in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland is er sprake van een morele gedrevenheid, maar dan - in het geval van de Britten - geïnspireerd door grote filosofen als Plato of Rousseau en - in het geval van de Duitse beambtenethiek - door Luther. De morele gedrevenheid uit zich in beide gevallen in een neutrale houding.

6 U wilt een grotere gelijkheid en de democratie verdedigen.

Mensen gaan werken voor de overheid om iedereen neutraal, objectief en gelijk te behandelen en zelf ook zo behandeld te worden. Dat laatste toont zich in een cultuur van gelijk loon en gelijke arbeidsvoorwaarden. Democratisch overleg is er onlosmakelijk mee verbonden. In Duitsland is zelfs de verplichting opgenomen in de grondwet om democratische gedachten te beschermen. Dat trekt dan ook mensen aan die zich als hoeder ervan geroepen voelen.

7 U wilt ten dienste staan van de burger en hem als klant bedienen.

De burger als klant helpen is geen universeel begrip bij werken voor de overheid. Bij een Aziatische ambtenaar komt het geeneens op dat het een bijzondere reden zou kunnen zijn om te werken voor de overheid. Zowel in Frankrijk als Nederland en Duitsland is er wel een traditie om ten dienste te staan van de burger als klant van de overheid. In Nederland heet het een kwestie te zijn van ‘waar krijgen voor je geld’. In Groot-Brittannië hielden ambtenaren zich tot voor kort vooral bezig met beleidsontwikkeling en -uitvoering en doen ze nog maar recentelijk aan dienstverlening. In Duitsland wordt een ambtenaar dan weer door het omgekeerde gedreven. Dienstverlening is er de essentie van zijn bestaan.

8 U wordt gedreven door rationaliteit en wijsheid.

Een algemene vorming, rationeel denken en andere professionele vaardigheden kunnen ambtenaren hoog in het vaandel dragen als wezenlijk onderdeel van hun ambtelijke rol. In de Franse administratie gaat men prat op intellectuele capaciteiten en wijsheid. In Nederland is men meer gefocust op rationele efficiëntie. In Groot-Brittannië trekt de civil service graag mensen met een algemene kennis aan en komt de specifieke kennis er wel na ’training on the job’. In Duitsland drijft de administratie vooral op juridische kennis.

9 U gelooft in de waarden van de bureaucratie.

Begrippen als continuïteit, in evenwicht met zich aanpassen aan de veranderlijkheid van het beleid, gelijkheid en neutraliteit, spreken ambtenaren aan. Ze zijn er zich terdege van bewust dat ze met belastinggeld werken en vinden dan ook dat regels, hiërarchie en standaardprocedures essentieel zijn om zich te kunnen verantwoorden tegenover die belastingbetaler.

10 U minacht geld of doet het voor de rechtsstaat.

Sommige motivaties om voor de overheid te werken zijn erg landgebonden. Zo hebben Franse ambtenaren een minachting voor geld als motivator om voor de overheid te werken. Ze doen het meer voor de eer. De Britse civil servant hecht veel belang aan de onafhankelijkheid ten aanzien van de politiek. De Nederlandse en de Duitse ambtenaren voelen zich dan weer aangetrokken tot de principes van de rechtsstaat.

Naar begin van document Naar begin van document


Personeelspeiling 2006: Uw mening telt!

logo personeelspeilingU hebt ervoor gekozen om bij de overheid te werken. Maar bent u hier ook tevreden? De Vlaamse overheid wil van u weten wat er goed gaat op uw werkplek en wat ze zou kunnen verbeteren. Daarom organiseert ze in alle entiteiten een personeelspeiling. In de loop van het jaar mag u een korte vragenlijst verwachten, waarin u uw eigen ding kwijt kunt.

Uw mening telt dus mee. Door de vragenlijst in te vullen helpt u om problemen op de werkvloer te signaleren en te verbeteren. Zo is er vier jaar terug een uitbreiding van de interne arbeidsmarkt gekomen omdat u in vroegere personeelspeilingen aangaf dat u meer mogelijkheden wou om van job te veranderen.

De vragenlijst wordt ‘in schijfjes’ verspreid. In sommige entiteiten krijgt u al in mei de kans om uw mening te geven, in andere is het nog even wachten tot september, december of misschien zelfs nog iets later. U wordt in ieder geval tijdig verwittigd. Na de zomer kunt u alvast de eerste resultaten van de personeelspeiling lezen in 13.

Naar begin van document Naar begin van document

 

Pagina afdrukkenTip een collega over deze pagina
Gepubliceerd op 20 augustus 2009. Laatst gewijzigd op 6 januari 2011