ga naar de navigatie ga naar de inhoud

Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.

Magazine voor het Vlaamse overheidspersoneel
 

Dertien nr 24 Blikvanger

Conciërges bij de Vlaamse overheid

‘‘Wij staan op met ons werk en we gaan ermee slapen’’

door Petra Goovaerts

In de grote gebouwen van de Vlaamse overheid is er nog één, in kleinere gebouwen tref je ze meer aan: conciërges. Zij kennen elk hoekje in ‘hun’ gebouw en hun pappenheimers als geen ander. Maak kennis met drie collega’s die het licht doven als u dat vergeet.

 Greta Debroeck

Greta Debroeck (55), conciërge in het Boudewijngebouw in Brussel

  • Woont op de benedenverdieping in toren B van het negen verdiepingen tellende gebouw (waar ongeveer duizend mensen werken)
  • Haar ruime appartement telt drie slaapkamers. “Plaats genoeg voor mijn man en mij, ons hondje en onze kleinzoon die geregeld komt logeren”
  • Moet van zaterdagochtend tot maandagochtend altijd aanwezig zijn. Tijdens de eindejaarsperiode is ze een week lang dag en nacht ‘van dienst’
  • Voordelen? 230 euro per maand bij haar belastbaar loon als voordeel in natura en gratis huisvesting
  • Vergeet nooit een betoging voor vrede in de Gazastrook begin 2009. Enkele heethoofden vernielden ramen en probeerden brand te stichten in de bibliotheek
  • Weetje? Greta staat naar eigen zeggen bekend als een kwaaie. “Ik zeg waar het op aankomt. Mensen die tijdens het weekend komen aanbellen omdat ze hun portefeuille vergeten zijn op hun bureau, wil ik verder helpen. Maar ik durf wel iets te zeggen tegen degenen die op zaterdag hun auto in de parking komen zetten terwijl ze gaan winkelen in de Nieuwstraat”

“Ik ben graag alleen en heb liever geen last van buren. Voor mij is deze job dus geknipt”, lacht Greta als we haar vragen waarom ze ooit conciërge is geworden. Greta werkt al sinds haar 17de voor de overheid. Nu is ze senior hoofdassistent bij de MOD van het Departement Financiën en Begroting in het Phoenixgebouw, op een boogscheut van het Boudewijngebouw. Haar conciërgecarrière begon 23 jaar geleden in de Guimardstraat nummer 9. “Mijn keuze was toen snel gemaakt. Ik was blij met die job, want ik woon heel graag in Brussel. Het extra werk nam ik er graag bij.”

Hectisch eindejaar

Greta’s agenda volgt een strak schema. Op maandagmorgen zit ze van 5.10 tot 8 uur aan de balie, op andere dagen doet de nachtwaker dat. “Van maandagtot vrijdagavond ben ik ook in het gebouw, maar dan is het aan de nachtwaker om mensen na de diensturen binnen te laten, deuren af te sluiten, lichten te doven …” Vooral tussen kerst en Nieuwjaar is het voor Greta heel druk. “Dan sta ik er de hele week alleen voor, want dan zijn er geen nachtwakers. Er komen dan vrij veel mensen van de boekhouding en de ICT-afdeling werken. Al dat geloop naar binnen en buiten maakt het hectisch.”

Thuis veel geruster

Het Boudewijngebouw laat Greta nooit los. “Ik neem altijd mijn gsm mee. Zelfs als ik snel een boodschap doe terwijl mijn man thuis is, denk ik: en nu direct naar huis. Dat idee krijg ik er nooit meer uit. Ik heb liever dat mensen bij mij op bezoek komen, dan dat ik naar hen ga. Er kan altijd iets gebeuren: het inbraakalarm gaat af, brand, een lek in de waterleiding … Je hebt als conciërge de verantwoordelijkheid om dat snel op te merken en te signaleren.”

En wat hierna? “Ik zou graag in 2015 met pensioen gaan, dan loopt ook het huurcontract voor het Boudewijngebouw af. Tot dan blijf ik zeker hier. Waar we daarna gaan wonen? Dat zien we nog wel, maar liefst in Brussel.”

Naar begin van document Naar begin van document


Filip en Ingrid

 

“Als we in de tuin van het zonnetje genieten, kijken er meteen tachtig mensen mee”

Filip Vereecke (43) en Ingrid Van Looy (43), conciërges bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) in Herentals

  • Wonen op de benedenverdieping van het drie verdiepingen tellende gebouw van de VLM afdeling Antwerpen-Herentals (waar tachtig collega’s werken)
  • Hun appartement telt één slaapkamer. “Voor een gezin zou het hier veel te klein zijn. Met onze twee hondjes erbij gaat het net”
  • Moeten ’s nachts aanwezig en bereikbaar zijn
  • Voordelen? “Mensen denken soms dat we hier gratis wonen, maar dat is niet zo. We hoeven geen huur, water, elektriciteit en gas te betalen. Maar die nutsvoorzieningen worden belast als voordelen in natura en daarop betalen we per maand zo’n 200 euro belastingen”
  • Vergeten nooit een betoging van boze boeren voor hun deur in de zomer van 1994. Twintig ramen in het gebouw sneuvelden toen. “De gangen hingen vol traangas, de chaos was compleet”, herinnert Filip zich
  • Weetje? Filip en Ingrid zijn de enige conciërges bij de VLM: “Als wij stoppen, komt er waarschijnlijk geen nieuwe conciërge meer”

“Twintig jaar geleden ben ik een weddenschap aangegaan met mijn schoonbroer. Zijn vrouw is hier dertien jaar conciërge geweest, en als wij het ook zo lang volhielden, zou hij ons trakteren. Wel, dat heeft hij mogen doen”, vertelt Filip. Hij en zijn vrouw Ingrid werken sinds 1990 bij de VLM in Herentals. Filip is technisch medewerker en neemt onder meer de opvolging van herstellings- en verfraaiingswerken en het onderhoud van de wagens op zich. Ingrid is verantwoordelijk voor de catering in de cafetaria en maakt de vergaderzalen klaar.

Enkele maanden na hun start bij de VLM konden Filip en Ingrid conciërge worden. “We kregen de smaak te pakken door mijn schoonzus te vervangen als zij met vakantie ging”, vertelt Ingrid. “De job sprak me meteen aan. Ik zit niet graag stil. Dat komt goed uit, want we zijn constant in de weer.”

Allerlei klusjes

Filip en Ingrid zorgen voor de bewaking van het gebouw. Ze zijn dag en nacht bereikbaar, zodat ze meteen gewaarschuwd kunnen worden als er iets fout loopt met het alarmsysteem, de verwarming of de koelinstallatie. Filip is met zijn technische bagage de geknipte man om uit te vissen wat er stuk is, en hij laat die defecten zo snel mogelijk herstellen. Ook heel wat andere klusjes komen bij hen terecht, zoals sneeuw ruimen in het weekend, zodat de ingangen op maandag vlot gebruikt kunnen worden. “’s Nachts moet er altijd iemand zijn. Als we met vakantie gaan, zorgen we altijd voor een vervanger”, zegt Filip. “We schakelen zo veel mogelijk dezelfde vriend in. Want die persoon slaapt tenslotte in je bed.” (lacht)

Hondjes uitlaten

“Wij zitten veel op ons werk, we staan ermee op en gaan ermee slapen”, gaat Ingrid verder. “Maar dat heeft zijn voordelen: wij zijn er altijd, ook voor onze hondjes. Tijdens de middagpauze kunnen we met hen gaan wandelen, terwijl anderen moeten wachten tot ’s avonds. We eten ’s middags altijd in onze woning en niet in de cafetaria.” Het grootste nadeel is het gebrek aan privacy. “Er is altijd iemand in de buurt. De poetsvrouwen werken ’s avonds tot 20.30 uur. Daarna zijn we hier alleen, maar dan is de avond al bijna voorbij. Wij hebben geen afzonderlijke ingang, dus onze bezoekers moeten door de hoofdingang binnenkomen. Het is niet zo vanzelfsprekend om op een zomerse dag in de tuin van het zonnetje te genieten, want dan kijken er meteen tachtig mensen mee. Het zou voor ons zeker aangenamer zijn als onze woning los van het gebouw zou staan”, besluit Ingrid. “Maar desondanks doen we onze job heel graag. En zolang we het graag doen, denken we nog niet aan stoppen.”

Naar begin van document Naar begin van document


Guido Vermeire
“Met oudjaar zit ik altijd op het dak. Sinds een vuurwerkpijl daar brand veroorzaakte, ben ik er niet meer gerust op”

Guido Vermeire (57), conciërge in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA)

  • Woont op de benedenverdieping van het museum in een appartement met drie slaapkamers, een imposante hal, hoge plafonds en een marmeren vloer
  • Is twee jaar geleden verhuisd uit het landelijke Moerbeke-Waas en woont nu pal in het Antwerpse Zuid. “Het is hier veel rustiger en groener dan ik had verwacht. Ook in het gebouw zelf. Na 18 uur kun je de muizen hier horen lopen, en soms ook zien!”
  • Moet elke dag van 17 tot 8 uur aanwezig zijn, ook tijdens het weekend
  • Voordelen? “Ik woon hier gratis. Mensen zijn soms wat jaloers, tot ze horen dat ik ook in het holst van de nacht uit mijn bed wordt gebeld”
  • Vergeet nooit de oudejaarsnacht in 2005 toen er een kleine brand was op het dak van het museum door een verdwaalde vuurwerkpijl. Het snelle optreden van Guido en de toenmalige conciërge voorkwam groter onheil. “Ik heb dat brandje maar net op tijd kunnen blussen. Sindsdien zit ik tijdens de jaarwisseling altijd op het dak. Ik ben er niet meer gerust op. Het museum en de collectie zijn té waardevol. En ook mijn eigen inboedel kan eraan gaan”
  • Weetje? Guido mag huisdieren hebben, maar toen hij in het museum kwam wonen, heeft hij een andere thuis gezocht voor zijn kat

Guido is gefascineerd door geschiedenis, kunst en musea. “Mijn vader schilderde en nam me als kind overal mee naartoe”, herinnert hij zich. Voor zo’n kunstliefhebber is het KMSKA een gedroomde plaats om te wonen en te werken. Guido had al meer dan twintig jaar ervaring als nachtwaker toen hij in 2004 in het KMSKA aan de slag kon. Vier jaar later stopte de toenmalige conciërge en nam Guido haar plaats in. Sindsdien combineert hij zijn passie met zijn job. “Ik ben alleenstaande en mijn twee kinderen zijn het huis al uit. Dat maakte het makkelijker om die stap te zetten. Ik woon heel graag tussen de schilderijen. De Keyzerzaal en de zalen met de oude meesters zijn mijn favoriete plekken.”

Uit bed gebeld

Guido voelt zich verantwoordelijk voor al dat moois. Hij moet elke dag tussen 17 uur ’s avonds en 8 uur ’s ochtends in het museum zijn. “Ter compensatie doe ik zo veel mogelijk dingen overdag: winkelen, naar de bioscoop gaan, uit eten gaan … Een feestje met familie of vrienden organiseer ik het liefst zelf bij me thuis. Ik kan altijd opgeroepen worden en dan moeten ze me dus even missen”, lacht hij. “Alleen als er ’s avonds een familie- of een trouwfeest is, neem ik vakantie. Lange vakantieperiodes moet ik ruim op voorhand aanvragen, dan neemt een extra nachtwaker mijn job over.”

Guido’s lijstje met taken is divers: hij springt af en toe bij aan de balie van het museum, vult als dat nodig is de luchtbevochtigers in de zalen, begeleidt mensen die na sluitingstijd in het museum moeten zijn en zet soms de vuilnisbakken buiten. En vooral: hij neemt poolshoogte als het inbraak- of brandalarm afgaat. “Dat is meestal loos alarm. Zeker in de winter word ik geregeld uit mijn bed gebeld. Er kan dan vocht in de detectoren zitten, of er passeert een muis en dan gaat het alarm ook af.”

Tijdelijk andere stek

2011 wordt voor Guido een ongewoon jaar. Dan starten de grootschalige renovatiewerken waardoor het museum enkele jaren gesloten zal zijn. Op dit ogenblik is het voor hem nog niet duidelijk waar hij dan zal moeten wonen. “Ik wil het liefst van al hier blijven, want iemand moet het gebouw in het oog houden. Maar of dat mogelijk zal zijn, is nog een groot vraagteken.”

Naar begin van document Naar begin van document


Conciërges, een uitstervend ras bij de Vlaamse overheid?

Niet meteen, of toch niet in de kleinere gebouwen. Een rondvraag leert dat er nog conciërges zijn in enkele stelplaatsen van De Lijn, bij de Vlaamse Milieumaatschappij in Erembodegem en in de gemeenschapscentra van vzw de Rand. Ook sommige boswachters van het Agentschap voor Natuur en Bos wonen in een conciërgewoning. En dan vergeten we er ongetwijfeld nog.

In de grote administratieve gebouwen in Brussel, Antwerpen en Hasselt zijn er geen conciërges meer, met uitzondering van het Boudewijngebouw. “In 2007 heeft de Vlaamse Regering beslist om afstandsbewaking geleidelijk aan in te voeren in alle grote administratieve gebouwen”, legt Carl Vranken, afdelingshoofd Facilitaire Diensten van het Agentschap voor Facilitair Management uit. “Overdag controleren onthaalbedienden de toegang aan de balie. Na sluitingstijd doen de bewakers van privéfirma’s geregeld hun ronde in en langs de gebouwen. Met alarmen en bewegingssensoren worden de gebouwen vanop afstand in het oog gehouden.” Werken met een bewakingsfirma is niet alleen financieel voordeliger. Carl Vranken: “Bij een inbraak kan een conciërge alleen vaststellen dat er een inbreker is en de politie bellen. Bewakingsagenten daarentegen zijn speciaal opgeleid om tussen te komen bij problemen.”

Naar begin van document Naar begin van document

 

 

Pagina afdrukkenTip een collega over deze pagina
Gepubliceerd op 23 februari 2010. Laatst gewijzigd op 29 april 2015

Discussie

Geen reacties tot nu toe.

(Alle reacties zullen met de naam van de afzender gepubliceerd worden)

:


: